Het WK is voorbij, maar we hoeven ons niet te vervelen. Ons wacht een zomer vol bruisende festivals. Stampende beats, vuige gitaren, breekbaar theater … het aanbod is gevarieerd - iets wat je niet altijd kunt zeggen van de festivalnámen.

Saskia Aukema | 13 juli 2010

Geen gehuchtje zo klein of het heeft een eigen festival. Sommige bestaan slechts uit een optreden van Kofferband Erop of Eronder en een festivalnaam van een weldadige nuchterheid, zoals - ik verzin ze niet - Callantsoger Muziekfestival en het Kaags Muziekfestival.

Maar opvallend veel plaatsen wagen zich ook aan de wat omvangrijker evenementen. En de festivalnaam? Die lenen ze van hun grote voorbeelden.

North Sea Jazz

Organiseer je bijvoorbeeld iets jazz-achtigs (en onder 'jazz' vallen in de zomer ook gerust blues, funk, gospel, r&b en soul)? Dan neem je eenvoudigweg de plaats van handeling en plakt er de woorden 'Jazz (Festival)' achter. In een handomdraai tover je op die manier swingende namen tevoorschijn als Breda Jazz Festival en Amersfoort Jazz Festival.

De oer-leverancier van deze namen is natuurlijk het North Sea Jazz (Festival), dat dit weekend zijn 35ste editie beleefde. Het is zonneklaar: bij Jazz hoort Engels, en dus is het ook niet 'Den Haag Jazz' maar 'The Hague Jazz'.

Land om te dansen

Festivals waarvan de naam ook écht in het Engels lijkt te moeten, zijn dance-evenementen; neem alleen al Awakenings, Sensation en de - onlangs ter ziele gegane - Dance Parade. Dat het om dance gaat, mag je in de naam terugzien, maar dat hoeft niet per se.

Ook plaatsnamen kunnen bij danceparty's gerust achterwege blijven, maar algemene geografische aanduidingen kunnen wel heel goed, zoals valley (Dance Valley), lake (Lakedance) en - bovenal - land (Mystery Land, Tomorrowland, Loveland, Beachland). Dansen, dat doe je kennelijk in je eigen wereld.

De Parade

Bij festivals waar er naast muziek ook aandacht is voor theater, films en beeldende kunst zijn er twee mogelijkheden: allereerst is er de lange Engelstalige naam, zoals 'Into the Great Wide Open' of 'A Campingflight to Lowlands Paradise'. Er is natuurlijk geen hond die dat soort namen in één keer onthoudt, maar ze klinken reuze-avantgarde en na een tijdje kalft de hipheid toch vanzelf af tot iets simpels als Lowlands.

Het andere slag kunstzinnige festival kiest juist voor de oer-Hollandse vorm: het lidwoord de + een zelfstandig naamwoord: De Beschaving, De Parade, De Affaire. En dan zijn er nog festivals met wereldmuziek. De namen daarvan doen tamelijk Esperanto aan: Dunya Festival (Dunya betekent 'wereld' in enkele talen), Festival Mundial, Dias Latinos, enz. enz.

Anouk of Kane

Maar het doorsnee zomerfestival heeft toch vooral populaire (rock)muziek geprogrammeerd: een handjevol lokale bands en als het meezit een 'headliner' als Anouk of Kane. Daarbij is er in Nederland natuurlijk maar één festival dat als lichtend voorbeeld kan dienen, en dat is het festijn dat zijn naam dankt aan de religieuze feestdagen waarop het jarenlang heeft plaatsgevonden: Pinkpop (1970).

Van Dale

In Van Dale staat bij “pop” nog: “(verkorting van) popmuziek; ook als eerste lid in samenstellingen: popartiest, popblad, popconcert (enz.)”. Maar dankzij Pinkpop en alle navolgers mag er inmiddels wel een betekenis bij: “(verkorting van) popfestival; ook als tweede lid in samenstellingen”.

Want alleen al dit jaar vinden (of vonden) plaats: Appelpop, Badpop, Baggerpop, Bospop, Dauwpop, Dijkpop, Geuzenpop, Huntenpop, Klaanpop, Paaspop, Pukkelpop, Vliepop, Vlietpop, Waterpop, Werfpop, Westerpop en natuurlijk - ook al zo'n oude bekende - Parkpop.

Hollandser dan de festivals op -pop vind je het niet snel op de evenementenagenda van deze zomer. Of het moet het evenement zijn dat voor vandaag geprogrammeerd staat, in Amsterdam: de huldiging van Oranje. En dat staat dan weer wél in het woordenboek: “Oranje: Nederlandse nationale ploeg; synoniem: Nederland.”


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal