Sinterklaas is weer in het land. En dus zetten miljoenen kinderen traditiegetrouw hun schoen bij de schoorsteen, de radiator of de afzuigkap. En zingen ze braaf alle stokoude liedjes, met woorden die haast niemand meer kent.

Rutger Kiezebrink | 23 november 2010

Het begint al met 'Sinterklaas kapoentje', het populairste liedje bij kinderen die hun schoen zetten. Welk kind weet wat kapoentje betekent? Sterker nog: welke volwassene weet het? Sommigen hebben weleens iets opgevangen over een gecastreerde haan of een lieveheersbeestje, maar het blijft toch enigszins een mysterie.

Gard

De brave kindjes denken er niet over na; die zingen het vol overgave. Ook klinken uit al die engelenkeeltjes woorden als gard, zonder dat iemand nog weet wat dat is (hetzelfde als een roe, namelijk). Laat staan dat kleuters chocola kunnen maken van de zin “Maar o wee wat bitt're smart, kregen wij voor koek een gard!” Maar iedereen zingt het, want ... iedereen zingt het.

Ook “Wie de koek krijgt, wie de gard” blinkt voor kinderen niet uit in helderheid. Er zijn kinderen die koek vervangen door koe, of door roe – zich niet bewust van de gelijke betekenis van gard en roe.

'Zie de maan schijnt door de bomen' staat welbeschouwd bol van de vaagheden. Zo moet je in het laatste couplet zingen: “Ban dus vrij de vrees uit 't hart; 'k wed er ligt geen enk'le gard”. Vrijwel niemand kent die zin nog, misschien wel omdát niemand hem ooit begrepen heeft.

Harlekijn

Er zijn meer van die zinnen waarvan je je bij nadere bestudering afvraagt: waar gáát het over? Zoals deze parels:

- Alle winkels, allerwegen (...) prachtig speelgoed lacht ons tegen
- Daar stopt hij, blij van zin, de hele wereld in
- O, wat pret zal 't zijn te spelen, met die bonte harlekijn
- Sinterklaasje bonne bonne bonne, gooi wat in mijn lege lege tonne
- Stoute kind'ren, zegt hij, krijgen knorren, zegt hij

Geraas

Maar de bekendste onbegrijpelijke zin is wel “Makkers, staakt uw wild geraas”, ook uit 'Zie de maan schijnt door de bomen'. Die regel wordt dan ook op allerlei manieren verbasterd: makkers wordt bakkers of takken, staakt uw wordt staartje, wild geraas wordt wildgebraad, enzovoort.

Dat kinderen niet begrijpen dat er toch eigenlijk iets heel alledaags staat - namelijk 'Jongens, doe eens wat zachter' - heeft heus niets te maken met de veronderstelde gebrekkige taalbeheersing van de jeugd van tegenwoordig. Hun opa's en oma's begrepen die tekst vroeger net zomin.

Braaf

Dat weten we dankzij Godfried Bomans, die een halve eeuw geleden al over deze zin schreef: “Hierin komen niet minder dan drie woorden voor, die voor een kind volkomen onbegrijpelijk zijn, namelijk makkers, staakt en geraas. Ik moet nog steeds de zes- of zevenjarige ontmoeten, die van deze uitdrukking ook maar het flauwste vermoeden heeft.”

Kinderen mogen dan weinig van de tekst begrijpen, ze zingen de liedjes braaf mee, en uit volle borst. Want ze snappen één ding donders goed: als je maar zo hard mogelijk 'kapoentje' zingt, of 'bonne bonne bonne', of 'ban dus vrij de vrees van 't hart', krijg je vanzelf cadeautjes. En niet voor koek een gard.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal