Waarom waren we gisteren ook alweer vrij? O ja, het was Pinksteren. Maar wat is Pinksteren eigenlijk, anders dan Pinkpop of een lekker stukje fietsen in het zonnetje? Veel Nederlanders hebben daar geen benul van, en dus al helemáál niet van het taalkundige spektakel dat er ooit mee gepaard ging: dat mensen zomaar een taal gingen spreken die ze niet eens kenden.

Kees van der Zwan | 2 juni 2009

'Spreken in tongen' wordt het genoemd, het spontaan gaan praten in een taal waarvan de spreker zelf niet eens vermoedde dat hij die beheerste. En dat is dus wat er oorspronkelijk gebeurde tijdens Pinksteren.

Happenings

We schrijven het jaar 33. Jezus is net een paar dagen geleden naar de hemel vertrokken en zijn volgelingen zitten bij elkaar als er plotseling met veel geraas “vurige tongen” neerdalen op de hoofden van de aanwezigen, die vervolgens allemaal in voor henzelf vreemde talen beginnen te spreken over “de grote daden van God”.

Ook nu, tweeduizend jaar later, voltrekken zulke talige wonderen zich nog altijd, vooral tijdens religieuze bijeenkomsten. Denk dan niet aan gewone kerkdiensten, maar meer aan het wat uitbundigere segment: van die Blues Brothers-achtige happenings met swingende muziek en zingende, dansende en 'halleluja'-roepende gelovigen.

Geen touw

Tijdens al die vrolijkheid komt er dan een moment waarop de aanwezigen opeens rare kreetjes gaan uitslaan. 'Koe-ri-o-sa-man-ta-ki-ri-e-tek-ki-ki-es-se-te-koe-koe-es-set', valt er dan bijvoorbeeld te horen. Of 'nan-ta-li-a-si-ni-koe-ni-a-san-ta'.

Worden hier óók de grote daden van God bezongen? Dat is onduidelijk, want een belangrijk verschil met tweeduizend jaar geleden is dat er aan de moderne tongentaal eigenlijk geen touw vast te knopen valt.

Gene zijde

Daarom blijft het ook onzeker wat er precies gebéúrt als er in tongen wordt gesproken. Sommige betrokkenen zien het als het ultieme bewijs dat de Heilige Geest zich in een gelovige heeft genesteld. Anderen weten zeker dat er op die manier boodschappen van gene zijde worden doorgegeven.

Maar wat zouden dat dan voor boodschappen moeten zijn? Er is in deze religieuze hoek nog geen Char opgestaan, die de groeten uit het hiernamaals kan overbrengen. En al helemaal geen Jomanda, die van hogerhand doorkrijgt dat kanker niet erger is dan een bacterietje.

Vaste patronen

Intussen heeft ook de wetenschap zich gebogen over de tongentaal, en allerlei wetmatigheden ontdekt. Er blijken bijvoorbeeld vaste patronen te bestaan in de afwisseling van klinkers en medeklinkers, en er zijn overeenkomsten te zien met kindertaal (veel korte woordjes zonder medeklinker aan het eind) en met muziek (telkens terugkerende klankopeenvolgingen).

Vooral opvallend is het onderzoek van theoloog Ronald Schouten, die vijf jaar lid was van zo'n tongentaalgeloofsgemeenschap, en dus ook spreekt als ervaringsdeskundige. Hij ontdekte dat tongentaal geen abnormale, bovennatuurlijke handeling is, maar iets wat iedereen na wat voorbeelden en instructies heel eenvoudig zelf kan voortbrengen.

Spreken in tongen is volgens hem zo veel als een meditatietechniek. Eigenlijk net zoiets dus als een lekker stukje fietsen in het zonnetje. Of luisteren naar Pinkpop.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal