Nederlanders zijn vaak erg onder de indruk van hun eigen Engels, en spreken de taal met dezelfde onbekommerde zelfverzekerdheid waarmee Louis van Gaal Duits spreekt. Maar hoe goed is ons Engels nu eigenlijk?

Raymond Noë | 27 juli 2010

Het is een van de tv-reclamehits van deze zomer, de spot van reisprijsvechter Prijsvrij.nl. Een Hollands echtpaar betreedt het terras van een mediterraan hotel. De man stapt op de balie af met een air van 'let op, ik regel dit wel', en begint met de receptionist te onderhandelen over de prijs van hun verblijf daar.

"We want to spend our ten days vacation here for a hundred euros", zegt hij met een vet Nederlands accent. De receptionist is niet onder de indruk en noemt zijn eigen prijs: 600 euro. De Hollander trekt vervolgens alle trucs uit de kast - "Twohundredthirty euros and otherwise we go to Greece" - maar de receptionist laat zich niet vermurwen.

Kookpunt

Ondertussen heeft de vrouw van het echtpaar haar laptopje opengeklapt. Ze brengt een elektronisch bod uit op dezelfde vakantie waar haar echtgenoot zich over op staat te winden, en niet geheel tot haar verrassing wordt haar bod van 300 euro vrijwel meteen geaccepteerd.

Haar man nadert inmiddels zijn kookpunt terwijl hij blijft proberen om de receptionist tot een prijsverlaging te verleiden - "I move to you, you move to me" - maar deze geeft nog steeds geen krimp: "You move to sixhundred."

Globish

De man in het filmpje is een typische Hollander. Hij heeft een gezonde dosis handelsgeest, hij heeft geen last van valse bescheidenheid, en zijn talenknobbel is minder groot dan hij zelf denkt - en in dat laatste ligt een groot deel van de kracht van het filmpje. De manier waarop hij het Engels door de mangel haalt doet soms pijn aan je oren.

De taal die hij spreekt is dan ook geen Engels maar een steenkolenvariant ervan, het Globish. Globish heeft een woordenschat van zo'n 1500 woorden (money, hotel, taxi en nog zo wat), de grammatica is nogal basic, en het blijkt reuze effectief als lingua franca van toeristen, voetbalsupporters en zakenlui.

Sorry whore

Volgens sommigen is het zelfs dé nieuwe wereldtaal: de 'global language' die iedereen ter wereld begrijpt. Het is een taal waarin Finnen, Ghanezen en Argentijnen zich zonder problemen verstaanbaar maken, maar waar de Angelsaksen zelf gek genoeg relatief veel moeite mee hebben - misschien is het te simpel voor ze.

Een van de kenmerken van het Globish is dat sprekers ervan zich doorgaans niet laten hinderen door hun beperkingen en hun Engels opvrolijken met uitdrukkingen en zegswijzen uit hun moedertaal. In het geval van Nederlanders leidt dat tot juweeltjes als 'I fok horses', 'Sorry whore' en 'I will kick you in eachother'.

The wine is up

Een flinke verzameling van dit soort Nederengelse stijlbloempjes is opgenomen in de bestseller 'I Always Get My Sin', met hoogtepunten als "May I thank your cock for the lovely dinner", "I thank you from the bottom of my heart and also from my wife's bottom", "I'll explain you later" en "The wine is up".

Het is onbeholpen, ongecompliceerd en wat onnozel, maar gecombineerd met Hollandse rondborstigheid is het onweerstaanbaar grappig. Oftewel unweatherstandably funny.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal