22 juli 2008

Een nationale feestdag zonder feeststemming: de kloof tussen Vlamingen en Walen wordt steeds groter. Een van de weinige dingen die ze nog gemeen hebben, is hun hoofdstad Brussel. Officieel een tweetalige stad, maar hoeveel Nederlands is er nog?

Ze zijn er nog wel, al moet je ze met een lantaarntje zoeken: puur Nederlandstalige Brusselaars. Volgens een onderzoek uit 2006, de Taalbarometer, spreekt nog maar 7 procent van de Brusselse bevolking thuis alleen Nederlands; ruim 70 procent van de Brusselaars beheerst die taal niet of nauwelijks.

Elitetaal

Dat was ruim twee eeuwen geleden wel anders. Ondanks eeuwen van buitenlandse overheersing was Brussel tot aan de tijd van Napoleon een Nederlandstalige stad, waar bijna iedereen het Zuid-Brabantse dialect sprak. Alleen de toplaag, de aristocratie, bediende zich van het Frans - zoals dat ook in Nederland gebruikelijk was.

Dat dat na 1815 veranderde, had allerlei oorzaken. Zo trok Brussel veel Franse vluchtelingen aan. Ook was het Frans vanaf de Belgische onafhankelijkheid in 1830 de enige bestuurstaal, waardoor er veel Waalse ambtenaren naar Brussel kwamen en de Nederlandstaligen het Frans nodig hadden om hogerop te kunnen komen.

Thuistaal

In de loop van de negentiende eeuw werd de roep van Nederlandstaligen in België om een betere status van het Nederlands steeds luider. Pas tegen 1900 had deze Vlaamse beweging succes: het Nederlands werd in Vlaanderen officieel de belangrijkste taal. Maar niet in Brussel, waar inmiddels veel Franstaligen woonden. En ook een groot aandeel tweetaligen, wat vaak betekende: Nederlands thuis, maar Frans in het openbare leven.

De verfransing van Brussel was niet te stuiten. Sinds 1963 zijn de rechten van Nederlandstaligen in Brussel stevig verankerd, maar wie nu in de stad rondloopt, krijgt niet de indruk dat het Nederlands er nog echt lééft. De cijfers uit de Taalbarometer bevestigen dat: met het Nederlands als onderwijs- en bestuurstaal gaat het niet slecht, maar als thuistaal kwijnt het weg. De kans bestaat dat het Engels het Nederlands als tweede taal zal verdringen.

Gordel

Het Nederlands leeft des te meer in de randgemeenten rond Brussel, ook wel de Vlaamse Rand of de Brusselse Rand genoemd. De situatie is razend ingewikkeld. Er waren al faciliteitengemeenten waar inwoners ook in het Frans met de autoriteiten konden communiceren, maar nu komen er ook in andere gemeenten steeds meer Franstalige forenzen te wonen die die mogelijkheid willen hebben.

Dat levert een felle taalstrijd op met de flaminganten, zoals voorvechters van Vlaanderen en het Nederlands genoemd worden: zij willen die verfransing koste wat kost voorkomen. Zo tonen ze elk jaar met een verhulde protestmars, De Gordel, hun vastberadenheid om zich de Vlaamse Rand niet te laten afpakken.

Europa

In Brussel zelf is de taalstrijd al gestreden. En de Brusselaars lijken zich ook al te onttrekken aan de politieke strubbelingen tussen Vlaanderen en Wallonië. 45 procent van hen voelt zich inmiddels meer Europeaan dan Belg, Vlaming of Waal. En dat is mooi, voor de hoofdstad van Europa.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal