Of ze er veel van merken in het atletendorp en het Holland Heineken House is de vraag, maar het Nederlandse olympisch team leeft sinds twee weken in een heel andere wereld. Ook de taal wijkt spectaculair af van wat ze gewend zijn. Neem alleen al de 'karakters', die typische tekeningetjes die Chinezen gebruiken in plaats van letters. Er zijn er tienduizenden van, maar voor Nederlanders lijken ze op elkaar als de slierten bami van het afhaalrestaurant.

Kees van der Zwan | 12 augustus 2008

En wie dan de horde van dat geheimzinnige schrift heeft genomen, is er nog lang niet. Want Chinees is ook nog eens een 'toontaal'. Een en hetzelfde woord kan heel verschillende betekenissen krijgen door de toon waarop het wordt uitgesproken. Met ma kun je 'moeder' bedoelen, maar ook 'hennep', of 'paard' of 'vloeken', allemaal afhankelijk van hoe je het zegt.

Munne nassibal is heet

China en Nederland liggen dus ook in talig opzicht mijlenver uiteen. Toch lopen er lijntjes tussen het Chinees en het Nederlands - al zijn ze soms heel dun. Een ervan is gelegd door de Indische Chinezen die een halve eeuw geleden naar Nederland kwamen, en hier hun restaurants begonnen. Sindsdien klinken Chinese woorden als ketjap, loempia en tjap tjoi ons net zo vertrouwd in de oren als boerenkool, pindakaas en maaltijdsoep.

De Chinese keuken drong ook door in onze liederencultuur. Verheffend was dat vaak niet. Bert Jansen zong in 1972 op tekst van Peter Koelewijn "Munne nassibal is heet / Dus pak 'm nog niet beet (...) Auw auw auw wat voel ik nou / Was die bal maar koud (...) Ik denk wel dat ik weet / Da'k geen nassibal meer eet."

Klapschaats

Het bekendste 'Chinese' lied is waarschijnlijk 'De Chinees doet veel meer met vlees' van De Butlers uit 1969. Het refrein: "Nasi goreng, bami, saté / Neem ook nog een loempia mee / Eet je maar rond / Het is ook zo gezond / Ja, de Chinees doet veel meer met vlees."

Zonder zich ervan bewust te zijn, spreken de Chinezen op hun beurt ook wat Nederlands. Via het Japans leende het Chinees woorden als Celsius, gas en zenuw. Dat werd uiteindelijk Sheshi, wasi en shinkei. Ook een enkele Chinese sportterm komt oorspronkelijk uit Nederland. Onze klapschaats heet in het Chinees kelaipu bingdao ('klap + ijsmes'). En korfbal kwam in China terecht als heshi lanqiu yundong ('basketbal sport in Nederlandse stijl').

Zakelijk

Intussen wordt er in Nederland steeds meer Chinees geleerd. Sinds kort is het hier zelfs een heus schoolvak; over twee jaar doen Hilversumse gymnasiasten als eersten in Nederland officieel eindexamen Chinees. Waarom storten scholieren zich op zo'n exotische taal? Ze maken er geen geheim van dat het te maken heeft met de economische expansie van China. "Met een mond vol Chinees bereik je zakelijk veel meer", zegt een van hen in het zomernummer van Onze Taal, dat helemaal in het teken staat van het Chinees.

En hoe zit het met de Chinezen die al generaties lang hun geld in Nederland verdienen? De pioniers van destijds raakten meteen aardig geïntegreerd, maar spraken slecht Nederlands. Hun kinderen en kleinkinderen hebben zich ook volkomen aangepast aan het Nederlands - inclusief het Engels dat daarin te vinden is. Op Jonc.nl, een populaire website voor jonge Chinezen, schrijft iemand bijvoorbeeld: "Hoe we Nederlands en Chinees door elkaar spreken, is gewoon heel random. Zoals eh: 'Dat is echt ho sik.' Which means: dat is echt lekker."


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal