Is dat Afrikaans nou zo makkelijk of zijn wij nou zo slim?

Saskia Aukema | 8 juni 2010

Een van de leukste taalboeken die er de afgelopen tijd zijn verschenen, is 'Onvermijdelijke voetbaltaal', waarin honderden Nederlandstalige voetbalzinnetjes vertaald worden in het Afrikaans.

Het is een reuzehandig naslagwerkje voor iedereen die straks op het WK in Zuid-Afrika wil protesteren ('Hy is 'n hondepiel'), filosoferen ('Elke nadeel het sy voordeel'), urineren ('Mag ek in die swembad pis?') of copuleren ('Ek wil jou wiks'). Maar ook voor thuisblijvers is het boekje de moeite waard.

'n Pruik soos Geert Wilders

Het heeft sowieso altijd wel iets grappigs om door hoe-en-wat-boekjes te bladeren, en je voor te stellen in wat voor situaties zinnetjes van pas komen als 'Wij hebben thuis ook negers' ('Ons het tuis ook swart mense'), 'Cricket is in Nederland een sport voor blanke homo's' ('Krieket is in Nederland 'n sport vir wit moffies') en 'De vierde official droeg een Geert Wilders-pruik' ('Die vierde beampte het 'n pruik soos Geert Wilders gedra').

Maar wat dit boekje extra aantrekkelijk maakt, is dat het om het Afrikaans gaat, en dat is voor ons Nederlandstaligen nu eenmaal een leuke taal: het klinkt vertrouwd en exotisch tegelijk.

Experiment

Het ontstaan van het Afrikaans is een gevolg van een onbedoeld taalkundig experiment dat zijn weerga niet kent in de geschiedenis van het Nederlands. Want wat gebeurt er als je een zeventiende-eeuwse variant van je eigen taal tienduizend kilometer verplaatst, die min of meer isoleert van de brontaal, maar juist blootstelt aan allerlei inheemse, slaven- en kolonistentalen?

Een taalkundige kan zo'n experiment natuurlijk zelf helemaal niet uitvoeren - hoe zeer hij er in het geheim misschien af en toe van droomt. Maar in Zuid-Afrika is het toch zo gegaan, helemaal vanzelf. Wat voor soort taal dat oplevert? Laten we even door het voetbalboekje bladeren.

Bier asseblief

Je hoeft geen enorme talenknobbel te hebben om direct te zien dat het 'experiment' een variant heeft opgeleverd met dubbele ontkenningen ('Die bal kan nie denk nie') en met minder werkwoordvervoegingen dan wij gewend zijn ('Ek is Bert van Marwijk', 'Jy is Bert van Marwijk', 'Hulle is Bert van Marwijk').

De woorden klinken vaak bijzonder: een trainer is een 'afrigter', klompen heten 'houtskoene' en een supporter die aftershave wil, moet vragen naar een 'naskeermiddel'. En zo ongeveer om de regel vind je het woord 'baie'; dat is van oorsprong Maleis en betekent 'zeer veel, heel' ('Baie bier asseblief').

De woorden die wél heel erg op het Nederlands lijken, hebben nogal eens letters verloren: zo vervalt de t na een s aan het eind van een woord ('ligmas', 'sokkerjoernalis'), net zoals veel medeklinkers tussen twee klinkers in ('Laat ons hieroor praat'). En Afrikaanse verkleinwoorden met hun ie-klank aan het einde doen voor ons al snel wat koddig aan: 'Grappies oor fluitjies ken ons nou al.'

Blanke overheersing

In Zuid-Afrika zelf zijn er trouwens nogal wat mensen, vooral zwarte mensen, die het Afrikaans helemaal niet zo 'leuk' vinden. De taal doet ze denken aan de blanke overheersing tijdens het apartheidsregime, en voor sommigen is dat reden om het gebruik ervan bepaald niet te stimuleren.

Die racistische associatie is misschien niet iets om trots op te zijn. Maar aan de andere kant: kan die taal er wat aan doen? Zoals de 'leukheid' van het Afrikaans niet zijn eigen verdienste is (die zit louter tussen Nederlandse oren), zo zijn de racistische associaties niet zijn schuld (maar natuurlijk van de sprekers ervan die in het apartheidsregime de dienst uitmaakten).

Wie het zekere voor het onzekere wil nemen en álle racistische verdenkingen wil afwenden, die kan zijn toevlucht nemen tot de wijdverbreide en onverdachte Zulu-taal (óók in het boekje te vinden). Die is baie moeilijk, maar de kreet der kreten moet nog net lukken: 'Hamba, Holandi, hamba!'


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal