Samen schrijven

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in september 1999)

Ambtenaren formuleren nog altijd vaag en omslachtig. Al een paar jaar lang gaan ze naar schrijfcursussen, maar dat heeft tot nu toe niet veel uitgehaald. Aan de vaagheid is volgens de Utrechtse schrijfadviseur Niels van der Mast ook weinig te doen. Hij onderzocht voor zijn proefschrift de manier waarop ambtenaren hun nota's schrijven. "Natuurlijk zijn de meeste teksten die zij produceren objectief gezien beroerd", zegt hij. "Maar daar hoef je nog niet uit te concluderen dat ze slechte schrijvers zijn. Ze formuleren meestal precies op de juiste manier om te bereiken wat ze willen bereiken. Een ambtenaar moet met heel veel belangen rekening houden en hij moet zijn teksten zo opstellen dat zoveel mogelijk mensen zich erin kunnen vinden."

Van der Mast onderzocht nota's die geschreven werden door ambtenaren van de provincie Utrecht. De provinciale overheid is in Nederland bij uitstek het domein van vaagheid. Van der Mast: "Zij is een spil tussen de landelijke regering en de gemeente en moet met allebei de niveaus overleggen. De meeste concrete beslissingen worden bovendien óf op het hogere óf op het lagere niveau genomen. Ik zou eigenlijk wel willen weten wat er gebeurt als bijvoorbeeld de gemeenten de provinciale maatregelen moeten uitvoeren. Op een bepaald moment moet er toch op basis van de provinciale richtlijnen een concrete beslissing genomen worden: we bouwen niet honderd nieuwe huizen, maar honderdvijftig. Hoe wordt dat dan geformuleerd? En welke rol spelen de teksten van de provinciale overheid daarbij? Dat lijkt me een aardige vraag voor een vervolgonderzoek."

Geamoveerd

Niet alleen ambtenaren schrijven opzettelijk vaag. Van der Mast geeft sinds hij zijn onderzoek afrondde schrijfadviezen aan een commercieel onderzoeksbureau dat rapporten moet schrijven. "Daar zie je hetzelfde gebeuren. Ik heb wel eens een uitgebreide discussie gehad omdat er in een onderzoeksrapport geschreven werd dat er voor de bouw van een spoorlijn een aantal woningen moest worden 'geamoveerd'. Ik stelde voor om dat laatste woord te veranderen in gesloopt. Maar dat wilde men absoluut niet, dat zou veel te hard aankomen bij de opdrachtgevers. Uiteindelijk moest ik daar inbinden. Het gaat er in zulke gevallen niet meer om wie er gelijk heeft, maar wie er het meest in de melk te brokkelen heeft. En als het rapport terugkomt omdat de opdrachtgever het onleesbaar vindt, heb ik als redacteur in ieder geval al gezegd waar het volgens mij aan ligt." Ook in de wetenschap heeft Van der Mast het verschijnsel kunnen observeren: "Ik heb ook wel eens een zinnetje wat voorzichtiger geformuleerd toen bleek dat mijn promotor er anders teveel moeite mee had."

Overal waar mensen samen schrijven treedt hetzelfde effect op. Consensus kan alleen op wolligheid worden gebouwd. Van der Mast: "Lange tijd zijn schrijfadviseurs uitgegaan van de gedachte dat schrijvers in hun eentje achter een computer een tekst zaten te componeren. Pas de laatste jaren is men gaan inzien dat dit meestal niet waar is: zowel bij de overheid als in het bedrijfsleven moet overlegd worden met een superieur, of schrijven mensen eerst een conceptversie en vragen collega's om commentaar, of kruipen ze in een enkel geval ook samen achter het scherm. Mij interesseren vooral de problemen die dit samen schrijven met zich meebrengt."

Wat puntiger

Een van die problemen is volgens Van der Mast dat de mensen die commentaar geven onvoldoende getraind zijn in tekstanalyse. "Als je ze een slechte tekst geeft, zien ze wel dat een tekst niet loopt, maar ze kunnen niet uitleggen waar het precies aan ligt. 'Hij moet wat puntiger', schrijven ze dan in de kantlijn. Ze zien niet zo snel in dat een tekst te lange zinnen heeft, of te veel lijdende vormen. Door ze in trainingen uit te leggen wat voor problemen de lezer kan krijgen bij een bepaalde constructie, kunnen ze die problemen ook makkelijker opsporen in de teksten van hun collega's. Dat maakt de samenwerking een stuk efficiënter."

De meeste schrijvers weten volgens Van der Mast dus heel goed wat ze doen. Betekent dit dat schrijfadviseurs zoals hijzelf overbodig zijn? "Dat is te sterk uitgedrukt. Je kunt in ieder geval concluderen dat de gangbare schrijfadviezen nogal wat nuance behoeven. Er valt wel een heleboel te verbeteren. Als je als adviseur maar rekening houdt met de context waarin dit soort teksten tot stand komen."

Volgens Van der Mast neemt de maatschappelijke belangstelling voor professioneel schrijfadvies toe. "Nederland is een dienstverlenend land geworden. De eindproducten van dienstverlenende bedrijven zijn heel vaak teksten. Vroeger werd een rapport of een brochure beschouwd als iets wat een ingenieur op een verloren middag even opstelde. Nu wordt steeds meer duidelijk dat het rapport het eindproduct ís. En dat moet dan ook goed in elkaar steken."

Niels van der Mast, Woordenwisselingen. Een onderzoek naar de manier waarop schrijvers consensus over beleidsteksten bewerkstelligen. Amsterdam: Thela Thesis, 1999. ISBN 90 5170 482 8.