Morgen is het weer zover: dan is het Groot Dictee weer op tv. Schrijft u niet mee omdat u bang bent door de mand te vallen? Dat genadeloos zal blijken dat u uw taal niet goed beheerst? Of doet u wel mee, maar zwijgt u over het resultaat? Of misschien doet u wel wat oud-minister van Onderwijs Loek Hermans volgens geruchten ooit deed: uw score achteraf een beetje oppimpen?

Kees van der Zwan | 16 december 2008

Het is logisch dat u zich wel drie keer bedenkt voordat u uw hoofd zo op het hakblok legt. Wie wil er nu voor schut staan vanwege zijn taalbeheersing? Want die taalbeheersing, daar gaat het om, en om niks minder, zo valt op te maken uit de media. “Taalvaardigheid op de proef”, kopte TC Tubantia twee weken geleden bijvoorbeeld boven een stuk over het Dictee.

Voorrangsregel

Maar dat is natuurlijk onzin. Het Groot Dictee gaat net zomin over taalvaardigheid als de voetbalspelregels gaan over de balbehandeling van Wesley Sneijder. Of als de verkeersregels over iemands rijvaardigheid. Taalvaardig ben je als je met de juiste woorden op de juiste plek de juiste zinnen kunt maken, ze in de gewenste toonhoogte en in een plezierig ritme kunt zetten, en ervoor kunt zorgen dat ze doen wat ze moeten doen: precies overbrengen wat je zeggen wilt. En o ja: als je die zinnen ook nog opschrijft, dan wordt het op prijs gesteld als je ze goed spelt.

Alleen dat laatste wordt getest morgenavond. Niks taalvaardigheid - bij het Dictee is maar één ding van belang: de spelling. Hoewel: de spelling … Het gaat niet om de spelling uit 1954, waarmee elke 25-plusser is opgegroeid. En ook niet om de spelling uit 1995, die pannekoek veranderde in pannenkoek. Nee, de norm is het jongste officiële Groene Boekje uit 2005, dat paddestoel transformeerde tot paddenstoel. En let op: streng verboden is het tegenwoordig ook veel gehanteerde Witte Boekje, dat pannekoek en pannenkoek allebei prima vindt, en paddestoel en paddenstoel ook.

Schrepel lichaam

Het Groene Boekje uit 2005, dat is dus waarop de zwoegende deelnemers zich morgen moeten richten. Vooral zullen ze thuis moeten zijn in de wat onherbergzamere hoeken van dat boekje, waar woorden staan als bacchanten, vieve engel en schrepel lichaam - om even een greep te doen uit het Dictee van vorig jaar.

Wie heeft de meest bizarre, meest ongebruikelijke en meest nutteloze woorden uit het jongste Groene Boekje zo goed mogelijk uit zijn hoofd geleerd? Die zal morgenavond de winnaar zijn. En wie dan bergen fouten heeft, hoeft dus helemaal geen slechte speller te zijn - en al helemáál geen slechte taalgebruiker.

Wat heeft het Dictee dan nog voor zin? Waarom zou je thuis meeschrijven? Vaste deelnemer Bart Chabot zei ooit in Onze Taal: “Het is een spel, en dat schrijf je met s, p, e, l.” En wie weet wilt u daarvoor alvast wat oefenen.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal