Er zijn nogal wat verkiezingen, zo aan het eind van het jaar. Een ervan is die van het 'Woord van het Jaar'. Maar wat moeten we daar eigenlijk onder verstaan? En welke woorden komen in aanmerking voor deze titel?

Aleid van de Vooren-Fokma | 26 oktober 2010

Het is weer verkiezingstijd. Na de politieke verkiezingen van eerder dit jaar is het nu tijd voor de wat luchtigere categorieën. De komende maanden kiezen we bijvoorbeeld de Persoon van het Jaar, het Reisbureau van het Jaar en de Architect van het Jaar.

Taalzuurpruim

En ook de taalwereld kan er wat van. De verkiezing van 'de grootste taalergernis van het jaar' loopt al een tijdje, en ook de genomineerden voor de Taalzuurpruimverkiezing 2010 zijn al bekend. De Stichting Onjuist Spatiegebruik is via Twitter op zoek naar de 'onjuiste spatie van 2010' en ook de speurtocht naar de 'vaagste vaagtaal' is in volle gang.
Gisteren is de aftrap gegeven voor de jaarlijkse verkiezing van het Woord van het Jaar, van woordenboekuitgeverij Van Dale, met dit jaar aparte verkiezingen voor Nederland en België.

Mooiste of lelijkste?

Ruud Hendrickx, de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale, gaf op de VRT Taaldag vorige week in Brussel een voorproefje van de verkiezing. In een filmpje gemaakt op de VRT-redactie werd medewerkers gevraagd wat hun 'woord van het jaar' was.
Dat begrip bleek heel verschillend opgevat te worden. De één noemde het 'mooiste woord van het jaar', een ander het 'meest ergerniswekkende woord', en een derde zocht naar een woord dat het jaar kon samenvatten.

Incident

Wat er bedoeld wordt met het 'Woord van het Jaar' is dus niet zonder meer duidelijk, maar als we kijken naar de vorige winnaars (bokitoproof, swaffelen en ontvrienden) gaat het om een woord dat verbonden is aan een opmerkelijk incident of een (nieuwe) trend.

Twitter

Op Twitter vroegen wij laatst al eens naar kanshebbers. Daar kwam redelijk wat respons op, maar lang niet alle suggesties zijn geschikt als Woord van het Jaar. Woorden als Wilders, rechts, formatie en olieramp zijn dit jaar natuurlijk veel gebruikt, maar ze zijn niet erg specifiek voor 2010.

Verkiezingen

Welke woorden maken dan (volgens ons) wel kans? Dat zijn bijvoorbeeld woorden die te maken hadden met het WK voetbal: Bavariameisje (of eventueel Bavariajurkje, maar dat lijkt minder gebruikt te zijn), balansbandje en natuurlijk de (vorig jaar al genomineerde) vuvuzela. De verkiezingen, en vooral de lange formatie daarna, leverden onder meer gedoogsteun, gedoogakkoord, linkse hobby's, radiostilte en piketpaaltjes op.

Crisis

De economische crisis speelde dit jaar iets minder een rol in het collectieve bewustzijn; alleen de woorden stresstest en dubbeldip werden genoemd. En dan waren er nog de aswolk, de Damschreeuwer, het zeilmeisje, de pedopriesters en de koranverbranding.

Vlaanderen

En in Vlaanderen? Ook daar waren verkiezingen, en ook daar leidden die tot een lange (nog altijd voortdurende) formatieperiode, en (nieuwe) woorden als bemiddelaar, preformateur, belangenconflict, verduidelijker en zakgeldfederalisme.
En ook Vlamingen hadden te maken met de vuvuzela, pedopriesters, de tabletcomputer, de aswolk en het zeilmeisje. Vlaamser zijn woorden als cuisson, immersieklas, corridor, begraafbos en glazen afgrond.

Een heel recent woord dat beide verkiezingen zou kunnen winnen, is parachutemoord. Niet erg vrolijk, maar bij verkiezingen wint nou eenmaal niet altijd de gezelligste kandidaat.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal