Page 6 - OnzeTaal_sept2021
P. 6
Latijnse fungus van het Griekse fungos, dat ‘godenspijs’
zou betekenen, “ende aengehesien wy Christenen maer
eenen Godt belijden, soo verstaen wy door de goden
Afgoden en duyvels (…), want Goden zijn duyvels: waer
uyt ick segghe, van duyvelsch spijse, Duyvelsch broodt.
Even wel en streeckt desen naem niet tot misachtingh
der Fungi, maer tot grooten lof; want de oude Griecken
en Heydenen hebben door dien naem de goede Fungi
willen verheffen boven alle andere spijsen, segghende
dat dit een goddelijcke spijse was.”
Van Sterbeeck bedacht allerlei namen voor allerlei
specifieke soorten: lange, samengestelde namen, die
soms ook wel iets van omschrijvingen hebben – bij-
voorbeeld koraelsgewijs ghetraelliede campernoelie, uitge-
spreyden Ioufvrouws waeyer, groote witachtighe met bruyne
vlecken en geil [= geel] besprinckelt.
Dat veel paddenstoelennamen tegenwoordig eindigen
op -zwam hebben we waarschijnlijk te danken aan Mar-
In sommige oude teksten wordt een bovist met wolfs- tinus Houttuyn, in wiens boek uit 1783 stekelzwammen,
veest aangeduid. Veest was in die tijd het gangbare woord rimpelzwammen en netzwammen voorkomen, en tol-
voor ‘scheet’, dus het betekende ‘wolfsscheet’. Het zwammen, bekerzwammen, knodszwammen en stuifzwam-
woord bovist zelf schijnt afgeleid te zijn van het Duitse men. En daar is vervolgens nog van alles bij gekomen:
Vohenvist: de scheet (Vist) van een wijfjesvos (Vohe). inktzwammen, parasolzwammen, ridderzwammen, schijn-
De bovist heeft ook een heleboel verschillende namen ridderzwammen, koraalzwammen, enzovoort.
gekregen in de Zuid-Nederlandse dialecten. Naast het al
genoemde wolfsveest werden daar vijftig jaar geleden de ZINTUIGLIJK
volgende namen opgetekend: Anno 2021 hebben vijfduizend paddenstoelensoorten
een Nederlandse naam. En daar komen er ieder jaar der-
poefveest poeffer tig bij. Die namen worden nu, zoals je mag verwachten,
koe-veest poffer vastgesteld door een officiële commissie: de Vlaams-
veest pofzwam Nederlandse Namencommissie van de Nederlandse
pofferd erpel Mycologische Vereniging en de Koninklijke Vlaamse
stuifbal aardbuil Mycologische Vereniging. Recentelijk bedachte namen
stuifbol bult zijn smalsporig franjekelkje en rood oorzwammetje. Die
stuiver dult eerste kun je alleen goed bekijken als je een loep bij je
domper roker hebt: hij is maar één millimeter groot. De tweede is een
ploffer drie tot vier centimeter grote paddenstoel die pas sinds
een jaar of vijf in Nederland wordt waargenomen.
In oude teksten komt ook af en toe een paddenstoel voor De moderne Nederlandse namen zijn vaak heerlijk
met de naam hirtesponsie. Spons betekende in die tijd ook zintuiglijk. Ze zeggen meestal iets over de vorm, de
‘zwam’, net zoals zwam ook ‘spons’ kon betekenen. Men kleur of de tekening. Maar ook over hoe de paddenstoel
dacht dat sponzen – de lagere diersoort die in het water voelt, ruikt of smaakt:
leeft – een soort paddenstoelen waren.
Hirtesponsie betekent dus letterlijk ‘hertenzwam’. Voelen: fluweelboleet, kleverig koraalzwammetje
Waarschijnlijk gaat het hier om de stekelige hertentruf- Ruiken: stinkparasolzwam, zeepzwam
fel. In dit geval was het vooral het verhaal eromheen Smaken: smakelijke melkzwam, bittere boleet, peper-
dat zoveel indruk maakte. Een tekst uit 1526 vertelt het boleet
zo: “Daer die hyrten (…) malcanderen bespringen / dat
laten si haer saet vallen. Ende daer af wascht [= groeit] Een paar officiële namen herinneren nog aan de demo-
dit cruit. Ende het is gelijc een sponsie.” Deze truffel zou nische associaties van weleer: satansboleet, heksenboleet.
dus ontstaan zijn uit hertensperma. Er werd een lust- Voor een uiterst aaibare paddenstoel werd in 1900 de
opwekkende kracht aan toegeschreven. naam eekhoorntjesbrood bedacht.
Vraag je mensen nu welke andere woorden er spon-
PADDENSTOELENMAN taan in hen opkomen als ze het woord paddenstoel zien,
In de zeventiende en achttiende eeuw, waarin geleidelijk dan zijn dat (volgens het woordassociatieonderzoek van
aan de moderne wetenschap ontstond en er ook steeds de universiteit van Leuven) op de eerste plaats deze twee
meer belangstelling kwam voor biologie, waren er on- associaties: ‘bos’ en ‘kabouter’. Die kabouter is veel on-
schuldiger dan de duivels, heksen en wolven van weleer.
vermijdelijk ook mensen die gegrepen werden door het
ONZE TAAL 2021 — 9 stoelen, en probeerden die te onderscheiden en te pignon’, ‘rood’, ‘giftig’, ‘herfst’, ‘eten’, ‘vliegenzwam’,
Verder worden als associaties vaak genoemd: ‘cham-
onderwerp paddenstoelen.
Ze trokken eropuit, gingen op zoek naar padden-
‘natuur’ en ‘stippen’. De champignon en de vliegen-
zwam (‘rood met witte stippen’) zijn nu de bekendste
beschrijven. Dat beschrijven gebeurde eerst nog in het
paddenstoelen.
Latijn, daarna steeds vaker in het Nederlands.
De belangrijkste paddenstoelenman van die tijd
De associatie ‘giftig’ wordt door mensen vaker en
was Franciscus van Sterbeeck (1630-1693). Hij schreef
nog altijd gemengde gevoelens. Terwijl wetenschappers
er in het Latijn een dik boek over: Theatrum fungorum
en natuurliefhebbers al die ‘pompernoelen’ zien als
(‘Schouwtoneel van paddenstoelen’). Hij geeft daarin eerder genoemd dan de associatie ‘eten’. Men heeft dus
een heel eigen etymologische verklaring voor de al eer- volwaardige mede-levendewezens, blijft de gemiddelde
6 der genoemde naam duivelsbrood. Volgens hem komt het Nederlander en Vlaming op zijn hoede.

