Page 29 - 12_OnzeTaal_dec2018_HR
P. 29
IKTIONAIRE
RAARWOORD GUUS MIDDAG
Over opmerkelijke woorden, oud en nieuw.
Aire Zorgvraag
Z
lk voorjaar reisde de dichter Gerrit Kou- o, meneer Burger, - Meneer Burger, hoe is het
wenaar (1923-2014) naar zijn huis in waar was u nou, met uw zelfinzicht? Hoeveel
E Frankrijk, om er de zomermaanden door vorige week? eigen regie kunt u aan? Wij
te brengen. En elk najaar sloot hij het huis weer - Eh, thuis? willen graag de vraag achter
af om de lange reis terug naar Amsterdam te ma- - Wij hadden toch een de vraag weten. Wat is er
ken. De rituelen van die halfjaarlijkse verhuizing afspraak? daadwérkelijk aan de hand?
heeft hij in enkele van zijn gedichten vereeu- - Ja, ik zat te wachten. - Nou, het begon met m’n
wigd, altijd met een wat meditatieve inslag, in Aan de keukentafel. been, maar toen …
zijn karakteristieke afstandelijke stijl, waardoor - Maar u moet toch hier - Nee, meneer Burger, niet
al het alledaagse vanzelf archetypische trekken komen? uw hele medische geschie-
kreeg. Het terugzien van het huis in het voor- - Dat wist ik niet. Ik denk: denis gaan vertellen, het
jaar: “men ontsluit het verwinterde huis”. Het een ‘keukentafelgesprek’, gaat om uw zórgvraag.
afscheid van het huis in het najaar: “men moet dat is bij mij. Dus ik zat - Sodeknetter. Kom op men-
zich hier uitschrijven”. En dan de reis, met zijn klaar, aan de keukentafel. sen, we hebben toch niet
algauw symbolische begin en eind, zijn voort- Ik heb nog speciaal een rol voor niets die workshops?
gang en zijn stops onderweg. Even van de snel- biscuitjes gehaald. Worden die niet gevolgd?
weg af, de benen strekken op de parkeerplaats: - Zeg, wat is dit? Een simu- - Meneer Burger, u krijgt
“uitstappend loopt het verhaal / vast in een lant of wat? voortaan zorg op maat,
komma: windschaduw, sela, wit / regel tussen - Meneer Burger, het keu- maar dan moet u wel een
aankomst en weggaan”. Dit is zo’n typisch Kou- kentafelgesprek vindt plaats beetje meewerken. Wij heb-
wenaarmoment waarop het leven even tot stil- bij de geméénte. Hier, in het ben u een brochure gegeven:
stand komt en vastloopt, in een windstille plek Servicepunt. ‘Meedoen: hoe praten wij
(windschaduw), een pauze (witregel), een korte - Dus dit is een keukentafel? erover’. Daar staan al die
stop (komma), een rustpunt (sela). - Die keukentafel, dat be- nieuwe woorden in en hoe
Hoe noem je zo’n moment, weg van de snel- doelen wij figuurlijk, om het u moet antwoorden en zo.
weg, waarop het leven zich even toont in een allemaal wat, wat, wat mén- Hebt u die niet gelezen?
hogere staat? Kouwenaar hoefde niet lang te selijker te maken, begrijpt - Nou, ik heb hem door-
zoeken naar een titel: ‘Aire’. Het is de normale u? gebladerd, maar ik begreep
Franse aanduiding voor zo’n parkeer- of rust- - Nee. er niks van. Sorry.
plaats langs de weg. Voor een Nederlands oor - Nou ja! Meneer Bu… - Ja, hallo! Als mensen de
klinkt daarin ook nog iets zwierigs en luchtigs - Rustig, laat mij maar even. workshops niet volgen,
mee, iets van het woord air (Van Dale: “muziek- Meneer Burger, wij willen begrijpen ze de folders ook
stuk met gezongen melodie”) en van de lucht- graag met z’n allen de tran- niet!
geest Ariël. Aire staat niet in Van Dale, maar veel sitie maken van slagboom - Meneer Burger, die
Nederlandse lezers zullen het woord wel kennen, naar hefboom, maar daar workshop, ‘Voorbereiden op
bijvoorbeeld van de jaarlijkse vakantiereis naar moet u ons wel een beetje het keukentafelgesprek’,
het zonnige zuiden en weer terug. De gemiddel- bij helpen! hebt u die niet gedaan?
de Duitse lezer niet, want die rijdt op weg naar - Slagboom? Ik ben met de - Ik hád me voorbereid. Ben
de zon meestal niet door Frankrijk. Dus besloten bus. ’k een dag mee bezig ge-
de twee Duitse vertalers van Kouwenaar de titel - Nou ja, wat ís dit!? weest. De keuken aan kant,
naar het Duits te vertalen. Aire werd bij hen - Alzheimer? theeservies afgewassen,
“Autobahnraststätte”. - Meneer Burger, weet u koek gehaald …
Elke Nederlander zal daar even om grinniken, waar dit gesprek over gaat? - Oké mensen, dit wordt
omdat het beantwoordt aan het cliché van het - Dat de zuster niet meer niks. Wie is de casemanager?
Duits als de taal van de onmogelijk lange woor- komt? - Meneer Burger, wie is uw
den. Volgens een bekende grap heet een wissel- - Meneer Burger, ‘gewoon casemanager?
wachter daar een ‘Eisenbahnknotenpunkthin- wordt weer gewoon’ – zegt - Ja, vraag het maar aan
undherschieber’. Kouwenaar was er niet blij dat u iets? hem.
mee. Anna Enquist vertelt in haar boek met her- - Gewoon ís toch gewoon? - Aan wie?
inneringen (Een tuin in de winter, 2017): “Gerrit - Djiezus, wat is er met deze - Aan Kees.
wond zich mateloos op over zijn titel ‘Aire’, die man aan de hand? - Kees wie?
in de vertaling tot ‘Autobahnraststätte’ was ver- - Een vorm van afasie of zo? - Kees, de manager. ONZE TAAL 2018 — 12
worden, naar zijn idee toch iets met een totaal
andere uitstraling.”
JAN KUITENBROUWER
29

