Page 31 - 12_OnzeTaal_dec2018_HR
P. 31

ONDERZOCHT  STERRE LEUFKENS EN GASTON DORREN


            Waar houdt jong taalkundetalent zich mee bezig? Foto: Iris Vetter


            Wanneer praat je als ‘een van ons’?







                     elke taal spreek je in Nederland tegen on-
                     bekenden? Die vraag is ingewikkelder dan
            W het op het eerste gezicht lijkt, ontdekte
            cultureel antropologe Lotte Thissen. Zij promoveerde
            dit jaar in Maastricht op veldwerk in Roermond.
               Thissen is een geboren en getogen Roermondse,
            spreekt Roermonds dialect en kan de Limburgse carna-
            valsliedjes meezingen. Maar toen zij voor haar onder-
            zoek een carnavalszitting bezocht, voelde ze zich algauw
            een buitenstaander. De oorzaak: “De mensen om me
            heen begonnen telkens Nederlands tegen me te praten.
            Mijn uiterlijk wordt niet met dialect geassocieerd.” Ze
            ziet er namelijk mediterraan uit. De carnavalsvierders
            baseerden hun taalkeuze dus puur op uiterlijke ken-
            merken.
            SINTERKLAAS                                      Cultureel antropologe Lotte Thissen onderzocht welke taal in
            Toevallig was er op diezelfde carnavalszitting iemand   Nederland tegen onbekenden wordt gesproken.
            aanwezig die inderdaad meer bij het Middellandse Zee-
            gebied hoort dan bij carnaval: omdat de nationale in-     Ten slotte liep Thissen ook een flinke tijd mee in een
            tocht van Sinterklaas op die dag in Roermond plaats-  Roermondse supermarkt, gerund door een familie van
            vond, kwam de goedheiligman langs bij de vereniging.   Turks-Koerdische afkomst. Hier was de taalkeuze prag-
            Ook hij werd door de presentator aanvankelijk in het    matisch en gevarieerd: “De winkelier sprak Koerdisch,
            Nederlands aangesproken, maar na een korte aarzeling   Turks en Nederlands, maar zo nodig gebruikte hij ook
            ging het gesprek verder in het Limburgs. Thissen: “Dat   woorden uit het Arabisch, Duits, Engels of Frans, om ze-
            laat zien hoezeer taalkeuze een kwestie is van situatie    ker te weten wat de klant bedoelde. Hij sprak trouwens,
            en identiteit. Sinterklaas wordt gezien als een nationale   zoals veel Limburgse allochtonen, ook dialect, maar niet
            figuur, die Nederlands spreekt, maar carnaval is bij uit-  graag, want ‘een Turk die dialect spreekt, dat vinden veel
            stek regionale cultuur. Dat Sinterklaas, als gast, dan ook   mensen ‘bleud’’ – ‘stom’ dus.” Aan zo’n schijnbaar tri-
            die switch naar het Limburgs maakt, is echt identiteits-  viale anekdote kun je zien dat taalkeuze niet zomaar een
            politiek.” De ‘Hollandse’ figuur van Sinterklaas werd   kwestie is van elkaar verstaan, maar ook van waar je
            door de wisseling naar dialect opeens deel van de groep,   bent en met wie je je op dat moment wilt verbinden.
            waar Thissen juist buiten de groep werd geplaatst door
            de keuze voor Nederlands.                        PLAT PRATEN
                                                             De carnavalsvierders, de ‘Hollanders’ en de winkeliers-
            HARDE G                                          familie gebruiken de taalkeuze om toenadering te zoe-
            Op een andere plek voerde Thissen een gesprek met   ken tot of juist om afstand te creëren van Roermond en
            twee oudere mannen uit Den Haag en Zwolle, die allebei   hun gesprekspartner. Is zulk ingewikkeld ‘taalgedrag’
            al tientallen jaren in Roermond woonden. Toch voelden   typisch iets van Limburg of van dialectgebieden? This-
            ze zich geen echte Limburgers, maar nog steeds ‘Hollan-  sen: “Nee, dat gebeurt overal. In pakweg Rotterdam heb
            ders’. “De ‘Hagenaar’ sprak wel Roermonds dialect,   je hetzelfde. Met een ‘echt Rotterdams’ accent praten
                                                             heeft daar dezelfde functie als ‘plat praten’ in Limburg.”
                                                               In haar proefschrift doet Thissen een opvallende
       “Mensen om me heen begonnen                             aanbeveling: vraag niet aan mensen waar ze vandaan
       telkens Nederlands tegen me te                        komen. Waarom is dat? “Die vraag komt vaak voort uit
                                                             een zekere opvatting van hoe een ‘echte’ Nederlander
       praten. Mijn uiterlijk wordt niet                     of een Limburger eruitziet. Maar in feite staat herkomst
                                                             of uiterlijk behoorlijk los van plaats en taal.”
                                                               Natuurlijk vragen mensen het soms uit oprechte
       met dialect geassocieerd.”                              belangstelling, zegt Thissen, “maar als ik antwoord
                                                             ‘Roermond’ en ik krijg de vervolgvraag: ‘Nee, maar waar   ONZE TAAL 2018  —  12
                                                             kom je écht vandaan?’, dan zit daar iets anders achter.
            maar niet constant. Toen hij vertelde over de keer dat hij   Dan ben je aan het buitensluiten.”
            Prins Carnaval was geweest, sprak hij met een zachte g      Wat ze wél een goed idee vindt, is zo mogelijk expli-
            en gebruikte hij meer Limburgse woorden. Maar op    ciet de taalkeuze te bespreken. “Dan kun je ontdekken
            momenten dat hij zich afzette tegen Roermond, sprak   dat je allebei dialect spreekt, of Duits, of welke taal dan
            hij juist met een harde g en gebruikte hij minder Lim-  ook. Ik denk dat je op die manier tot hele mooie verbin-
            burgse woorden. Zulke verschillen zijn geen toeval.”   dingen met mensen kunt komen.”              31
   26   27   28   29   30   31   32   33   34   35   36