Page 15 - OnzeTaal_april2020_HR
P. 15

Wilt u direct antwoord op een taalvraag? Bel dan 085 - 00 28 428.    HOE LEG JE DAT UIT?
       Ook via Twitter (@onzetaal) en WhatsApp (06 - 39 86 19 91) krijgt u
       snel antwoord. Zie voor andere mogelijkheden www.onzetaal.nl/taalloket.
                                                               Als je Nederlandse les geeft aan anderstaligen (NT2’ers), kom je
                                                               soms kwesties tegen waarvan je je afvraagt: hoe leg ik dat uit?

       VERSCHUIVENDE NORMEN                                    ‘IK WIL NAAR HUIS (GAAN)’
                                                               Willen, kunnen, mogen, moeten en hoeven worden vrijwel
       Wat is goed taalgebruik en wat niet? Die grenzen zijn voortdurend in   altijd in combinatie met een ander werkwoord gebruikt:
       beweging.                                               ‘Ik wil hem spreken’, ‘Ze kan nog geen examen doen’,
                                                               enz. Het zijn zogeheten ‘modale werkwoorden’: ze
                                                               voegen het aspect van een wens, mogelijkheid, verbod,
       ‘DANKZIJ HET CORONAVIRUS’                               goedkeuring e.d. toe aan de betekenis van het werk-
       Voor veel mensen heeft dankzij een positieve bijklank: ‘Dankzij   woord waar ze bij horen.
       het mooie weer konden we de hele dag buiten zijn’, ‘Dankzij      Maar soms kunnen ze ook als opzichzelfstaand
       jouw inspanningen waren we snel klaar.’ Maar in de betekenis   werkwoord voorkomen. Meestal is er dan een ander
       ‘vanwege, door toedoen van’ kan het ook in negatievere contex-  werkwoord dat je erbij kunt denken. Dat werkwoord is
       ten voorkomen: ‘Dankzij het coronavirus ligt alles in het hele   meestal doen, hebben, gaan, zijn of gebeuren (of een
       land stil.’                                             synoniem van een van die woorden). Een paar voor-
          Is dat erg? Nieuw is het in elk geval niet. Al in 1910 schreef   beelden, met tussen haakjes een werkwoord dat je zou
       het Woordenboek der Nederlandsche Taal dat dank zij (toen nog   kunnen aanvullen:
       met een spatie) “vaak met zeer verzwakte beteekenis” werd
       gebruikt, “om een persoon of zaak als oorzaak aan te wijzen”.   -  Ik wil graag dit boek (hebben)
       Die betekenis waart dus al zeker een eeuw rond. Toch is lang   -  Hij kan het niet (doen)
       niet iedereen daar vertrouwd mee, vermoedelijk omdat dankzij   -  Dat glas hoeft niet zo vol (te zijn)
       – door dat positief klinkende woord dank – van oudsher voor-  -  Je kunt deze zin aanvullen, maar dat hoeft niet
       namelijk in positieve contexten wordt gebruikt.            (te gebeuren)
          Hoe het ook zij: de norm lijkt aan het verschuiven te zijn,
       want steeds minder mensen vallen over het ‘negatieve’ gebruik   En zo is het dus ook met ‘Ik wil naar huis (gaan)’: dat
       van dankzij, zoals in de zin over het coronavirus. Taalkundig    gaan mág erbij (staan), maar het is niet verplicht. Soms
       (en historisch) gezien is daar ook weinig mis mee. Wel kan het   hangt het van de context af welk werkwoord je zou
       raadzaam zijn om er rekening mee te houden dat dankzij soms   kunnen aanvullen: ‘Ze mag dat niet’ kan betekenen ‘Ze
       een andere indruk kan wekken dan bedoeld is. Alternatieven   mag dat niet doen’, maar ook ‘Ze mag dat niet hebben.’
       zijn onder meer vanwege, wegens, ten gevolge van en door toe-
       doen van – al kunnen die soms wat formeel of ambtelijk over-  Welke kwesties komt u vaak tegen in uw NT2-lessen?
       komen – en soms volstaat kortweg door.                     En hoe legt u ze uit? We horen het graag via
                                                                  taaladvies@onzetaal.nl.



       WAT ZEGGEN ZE WAAR?

       Over regionale verschillen in Nederland en Vlaanderen.
                                                                               kindes/
       ÉÉN KIND, TWEE ...?                                                     kinnes


       Wat is het meervoud van kind? In de   meervoudsuitgang -en achter
       standaardtaal is dat kinderen, maar    zetten. Dat werd gaandeweg de                         kinder/
       regionaal komen ook andere vormen   standaardvorm. Maar in sommi-                kindes/     kiender
       voor. De bekendste zijn kinder en    ge dialecten leeft de oude vorm             kinnes
       kinders, maar er zijn ook regio’s waar   kinder dus nog voort.
       kindes voorkomt, en ook kinde of kinne      Het kaartje is gebaseerd op
       is hier en daar gangbaar. Op het kaartje   de Dialectatlas van het Nederlands
       is Friesland grotendeels buiten be-  uit 2011. (Van Flevoland zijn                                   kinne/
       schouwing gelaten, omdat daar heel   te weinig historische                                           kinder
       andere woorden voor ‘kind(eren)’ wor-  gegevens bekend.)         kinderen
       den gebruikt, zoals bern (ongeveer
       uitgesproken als ‘bèn’, met een lange,
       nasale è).
          In de Middeleeuwen werd in de stan-
       daardtaal kinder als meervoud gebruikt,
       evenals bijvoorbeeld eier, kalver en run-                                kinder/                           ONZE TAAL 2020  —  4
       der. Doordat meervouden op -er relatief                                  kiender
       weinig voorkwamen, ging men daar
       steeds vaker de veel gangbaardere
                                                                    kinderen
                                                  kinders

                                                                                                                15
   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20