Voor veel mensen is het een van de pijlers van de werkwoordspelling: de dt. Maar helaas voor die mensen: de uitgang dt bestaat niet.

Aleid Fokma | 6 juli 2010

De juiste spelling van werkwoorden zorgt voor nogal wat hoofdbrekens. Wij krijgen dan ook vrijwel dagelijks de vraag: moet het werkwoord hier nou met d, t of dt?

Veranderd

Dat is natuurlijk een legitieme vraag: de juiste keuze maken tussen gebeurd en gebeurt vraagt best om wat grammaticaal inzicht, en niet iedereen is geboren met een talenknobbel. Bovendien blijkt bij spelling het woordbeeld vaak meer invloed te hebben dan de regels. Pas als mensen twijfelen, grijpen ze terug op hun kennis van de regels.

Dat woordbeeld verklaart mogelijk waarom mensen 'het veranderd' schrijven, in plaats van 'het verandert'. Het werkwoord veranderen wordt vaker als voltooid deelwoord gebruikt dan als persoonsvorm. Met andere woorden: mensen zien de vorm veranderd vaker dan verandert, en schrijven daarom eerder de d dan de t.

Veranderdt

Fouten als 'het veranderd' zijn dus heel begrijpelijk. Maar duizenden mensen schrijven veranderdt, vondt en ik werdt, vormen die volgens de spellingregels helemaal niet mogelijk zijn.

Hoe komt het dat zo veel mensen deze woorden tóch zo schrijven? Je mag ervan uitgaan dat ze die in boeken en kranten niet tegenkomen - het kan dus niet fout gaan vanwege het woordbeeld. En op school hebben ze dit zeker niet geleerd. Toch kan op die school de kiem liggen van zulke fouten.

Stam + t

Op school heb je weliswaar niet geleerd om veranderdt te schrijven, maar mogelijk wel dat een werkwoordsvorm de uitgang dt kan hebben, bijvoorbeeld in hij wordt. En dus kan je kennelijk ook hij veranderdt krijgen, zo zal de redenering zijn.

Maar hij wordt heeft helemaal geen uitgang dt, want die uitgang bestaat niet. Hij wordt is simpelweg de uitkomst van de regel 'stam + t'. Bij worden leidt dat tot word + t = wordt, en bij veranderen tot verandert. Er komt dus nooit dt achter een werkwoordsstam.

Opend

Minstens zo opvallend zijn fouten als opend, luisterd, feliciteerd, gefeliciteert en opgegroeit. Die eerste drie kunnen het gevolg zijn van een verkeerde toepassing van het ezelsbruggetje van 't kofschip. Bij opend, luisterd en feliciteerd is dan de redenering: de n/r zit niet in 't kofschip, dus ik moet een d schrijven. Ze vergeten daarbij dat 't kofschip alleen maar geldt voor voltooide deelwoorden.

Gefeliciteert en opgegroeit kunnen weer het gevolg zijn van een verkeerde toepassing van 'stam + t'. Of niet? Met dat ge ervoor heb je toch duidelijk niet meer met de stam te maken. Maar hier zitten de woordbeelden van feliciteert en groeit misschien wel weer in de weg.

Ezelsbruggetjes

In veel gevallen gaat het bij deze in feite onmogelijke vormen om het verkeerd toepassen van ezelsbruggetjes: een makkelijke manier om iets moeilijks te onthouden.

Zulke ezelsbruggetjes kunnen natuurlijk heel handig zijn. De enige manier waarop ik kan onthouden in welke volgorde de Waddeneilanden liggen, is nog steeds via de afkorting tv-tas. Het lastige aan ezelsbruggetjes is dat je ze niet alleen goed moet onthouden, maar ook nog eens goed moet toepassen.

Ezels

Er wordt weleens gezegd: 'Ezelsbruggetjes zijn voor ezels.' Dat is misschien wat sterk uitgedrukt, maar wie schrijft 'Ik vondt dat hij erg veranderdt was', stoot zich wel twee keer aan dezelfde steen.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal