9 juni 2009

Gefeliciteerd: vandaag wordt Donald Duck vijfenzeventig. Om die reden is er nu een heuse glossy aan hem gewijd: DONALD. Voor mannen, want zij zijn de grootste Donald Duck-fans.

“Een glossy magazine voor mannen van 25 jaar en ouder! Na onder andere LINDA, YOUP, MATTHIJS, MARIJKE, GULLIT en FELDERHOF is het nu tijd voor een tijdschrift over iemand die al veel langer iets betekent en bijdraagt aan onze maatschappij: DONALD DUCK.”

Invloeden

Zo begon een opvallend persbericht van uitgeverij Sanoma vorige week. Het gaat over de nieuwste glossy, DONALD, “het mannenblad van Duckstad”.

Wat Sanoma schrijft over onze maatschappij, geldt ook voor onze taal. Donald Duck en zijn familie en vrienden hebben in al die jaren aardig wat sporen in het Nederlands nagelaten. Wat zijn die talige invloeden van de bekendste strip-eend ter wereld?

Stem

Om te beginnen is de stem van Donald Duck, 75 jaar na zijn filmdebuut in The Little Wise Hen, nog steeds een van de bekendste tekenfilmstemmen ter wereld. Het is ook een van de meest geïmiteerde stemmen; denk maar aan het tv-programma Wordt vervolgd uit de jaren tachtig en negentig: “Ik ben Amber, ik ben 7 jaar en ik doe Donald Duck na. Chwwdvwwchdwmmww!”

Het geluid is een begrip geworden, en heeft zelfs het woordenboek gehaald. De grote Van Dale (2005) vermeldt donaldduckstem als synoniem van heliumstem: “hoge stem die men tijdelijk heeft na het inademen van helium”. Niet helemaal correct misschien, want je denkt toch vooral aan het rare gekwaak. Maar toch is het de enige filmstem die in een woordenboek is opgenomen.

Geluk

Er zijn meer Disney-creaties die in onze taal voortleven. Zo is Willie Wortel in Van Dale vereeuwigd in het woord williewortelbedrijf: “klein, jong bedrijf dat zich richt op technische innovaties”. Oom Dagobert wordt genoemd bij het geluksdubbeltje: “dubbeltje dat men koestert omdat het geluk zou brengen, oorspr. van de stripfiguur Dagobert Duck, die daarmee zijn fortuin vergaarde”. En Guus Geluk is onder meer bekend als bijnaam van Guus Hiddink.

Donald zelf heeft maar weinig geluk. Hij werkt zich regelmatig in de nesten en vlucht op het laatste plaatje van zijn strips vaak naar een ver oord. Zonder de Ducks zou niemand ooit gehoord hebben van Verweggistan - een fictieve landnaam die zowel in Van Dale staat (al sinds 1992) als in het Groene Boekje.

Onschuldig

Een andere Disney-figuur die in de taal voortleeft is Bambi. Dit hertje uit de gelijknamige film uit 1942 heeft onze woordenschat niet alleen verrijkt met bambi-ogen (“grote, onschuldige ogen”, aldus Van Dale), maar ook met de dinosaurussoort bambiraptor. Niet omdat die zo onschuldig was, maar vanwege zijn kleine afmetingen.

Is er sprake van een 'disneyficatie' van de taal? Niet in de betekenissen die Van Dale aan dat woord toekent: “verwerking van boeken, sprookjes, maatschappelijke motieven, tot massaal vermaak voor kinderen” en (minder onschuldig) “zodanige modellering of transformatie van (delen van) de werkelijkheid dat ze amusementswaarde krijgt en het decor vormt van een voorspelbare, niet-vijandige leefwereld”.

Mannenblad

Donald Duck mag dan bekendstaan als een kinderblad, minstens eenderde van de lezers bestaat uit volwassenen. Onder mannen is het zelfs het populairste tijdschrift - populairder dan de Veronica Gids, populairder dan FHM, populairder dan Playboy. Die hebben dan ook nooit het woordenboek gehaald, en oom Donald wel. Chwwdvwwchdwmmww!


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal