3 februari 2009

'De son in de see sien sakken' is dé standaardzin waarmee met name Amsterdammers, die geen onderscheid schijnen te maken tussen de s en de z, een beetje belachelijk worden gemaakt. Maar steeds vaker hoor je ook het omgekeerde: 'Mag ik de zuiker?'

Al jaren wordt in het blad Onze Taal geklaagd over mensen die de z als s uitspreken, of andersom. Veel mensen zeggen niet 'zeven' maar 'seven', maar ook 'prozent' in plaats van 'prosent'. Hoe komt dat eigenlijk?

't Kofschip

In de standaardtaal (vroeger bekend als het ABN) wordt er onderscheid gemaakt tussen stemhebbende klanken (waarbij je stembanden meetrillen) en stemloze klanken (waarbij je stembanden niet trillen). Dat verschil is te voelen bij je adamsappel. Probeer het maar eens door een z en een s wat langer uit te spreken. De stemhebbende medeklinkers zijn onder meer b, d, g, v en z; stemloos zijn t, k, f, s, ch en p (niet toevallig zijn dat de medeklinkers uit 't kofschip).

De plaats die een letter in een woord heeft, kan de uitspraak ervan beïnvloeden; aan het eind van een woord worden stemhebbende klanken normaal gesproken stemloos: heb wordt uitgesproken als [hep]. Maar klanken beïnvloeden ook elkaar: een s die tussen twee klinkers staat, wordt vaak (bijna) als z uitgesproken, zoals in fase. Als het voorgaande woord eindigt op een t, wordt een z juist een s, zoals in 'het zand.' En zestig wordt in de standaardtaal uitgesproken als sestig.

Amsterdam

In het noorden van Nederland en rond Amsterdam bestaat het verschil tussen de z en de s vrijwel niet. Vandaar dat die son in de see sakt. In het oktobernummer van Onze Taal stond dat daar bij sommige Amsterdammers nog een ontwikkeling bij komt: zij zeggen sj waar een s verwacht wordt. De naam van de krant nrc.next wordt uitgesproken als en er sjee neksjt in plaats van en er see nekst.

Hypercorrectie

Op die begin-s van zon is nogal eens commentaar; veel mensen vinden het niet mooi klinken. En dat heeft een soort tegenreactie opgeleverd. Uit angst om een z ten onrechte als s uit te spreken, spreken heel wat mensen aan het begin van een woord alle s'en maar stemhebbend uit, ook als dat niet moet. Dan hoor je bijvoorbeeld [zuiker] en [zestig]. Dit verschijnsel wordt hypercorrectie genoemd.

Die hypercorrectie levert soms mooie dingen op. De schrijver van dit stukje zat vorige week bijvoorbeeld in een trein die langzaam 'van zijn naar zijn moest rijden'. Heel poëtisch, dat wel.


Meer Nu.nl-columns van Onze Taal