06 2026
Columns, boeken, tv-programma’s, podcasts – in alles wat ze deed, wist Paulien Cornelisse haar aanstekelijke enthousiasme en verwondering over taal over te brengen aan haar publiek. In dit nummer van Onze Taal staan we stil bij wat deze ‘taalkoningin’ allemaal voor onze taal én Onze Taal heeft betekend.
Naar het digitale tijdschrift Bekijk pdf Bestel dit nummerVerder in dit nummer:
-
Hoe ziet de taal van de toekomst eruit? Hoogleraar Freek Van de Velde schetst aan de hand van het leven van de fictieve baby Noa (geboortedatum: 6 november 2026) hoe de taal eruit zou kunnen gaan zien in de komende decennia.
-
Schrijver Ronald Giphart is nu bijna een jaar de presentator van radioprogramma De Taalstaat. Dat bevalt hem goed: “Taal is zo’n belangrijk onderwerp, mag daar dan twee uur op de radio aandacht voor zijn?”
-
Een taal leren doe je niet in je eentje, maar vooral door met mensen te praten – bijvoorbeeld met een taalmaatje. Hoe verloopt zulk contact? Vijf nieuwe Nederlanders en hun taalmaatjes vertellen over hun ontmoetingen.
-
Kan taal ons redden? Op die vraag geeft journalist Simon Vera een antwoord in zijn essay waarmee hij de Elise Mathilde Essayprijs won. Aan de hand van de geschiedenis van het woord genocide reflecteert hij op de reddingskracht die een woord kan hebben.
-
‘Hou je niet ervan’ of ‘Hou je er niet van’? Welke constructie je liever gebruikt, vertelt iets over je taalachtergrond. Kobe De Neve deed onderzoek naar dit soort zinnen in het Surinaams-Nederlands.
Maar ook uit welke werkwoorden vriend en vijand zich hebben ontwikkeld, wat voor creatieve spotnamen er allemaal bestaan voor dorpen en steden in de Lage Landen, wie er beslist over inclusieve taal bij de Nederlandse en Vlaamse overheid, hoe je lacht op sociale media, dat een ‘leukerd’ niet altijd ‘leuk’ is, waar een pilsje vandaan komt en waar die stam vandaan komt in de stamkroeg waar je dat pilsje drinkt – en nog veel meer, lees je in deze extra dikke editie van Onze Taal.