Nederlanders gebruiken bij verzoeken verzachtende woorden als even of misschien, Polen vooral de gebiedende wijs: ‘Snijd het brood.’ Zijn Polen dus directer?

door: Katarzyna Wiercińska

“U moet geld overmaken”, zegt een Poolse klant ongeduldig tegen de ING-medewerker. Die reageert met: “Pardon?” De klant denkt dat de bankmedewerker haar niet verstaan heeft, en dus zegt ze het iets luider: “Maak geld over, alstublieft.” Ze is totaal verbaasd als ze subtiel te horen krijgt dat ze nogal onbeleefd overkomt. “Hoezo onbeleefd? Ik gebruik toch de u-vorm en alstublieft?” Volgens haar zijn het juist de Nederlanders die continu botte en directe vragen stellen.

 

Dwingend

Het lijkt alsof Polen dol zijn op de gebiedende wijs. In gesprekken met familie en vrienden hoor je veel imperatieven. ‘Breng het afval weg’, ‘Doe de afwas’, ‘Ruim de tafel op’, ‘Help mij met eten klaarmaken’, ‘Zet koffie.’ Voor Nederlanders klinken die verzoeken heel dwingend, omdat het Pools geen verzachtende modale partikels heeft om ze wat vriendelijker te maken, zoals even, maar, misschien of eens. In Polen maakt het niet zoveel uit dat de verzoeken zo kortaf zijn, want we zijn familie of vrienden en dus hoeven we niet extra beleefd tegen elkaar te zijn. We spreken onze moeder of beste vriendin toch ook niet aan met u of mevrouw? De ander weet toch dat we het goed bedoelen en dat hoeven we toch niet keer op keer te bevestigen? Tussen collega’s onderling gaat het er ook vaak zo aan toe, zoals bij de bakker: ‘Snijd het brood’, ‘Pak het brood in’ of ‘Ga die klant helpen.’ Polen vinden dit efficiënt werken. Waarom zouden we elkaar lange vragen stellen als ‘Zou je het brood kunnen inpakken?’ of ‘Kun je die klant misschien even helpen?’ Dat kost veel te veel tijd.

Ook als Polen spreken met mensen die ze niet kennen, is een beleefd verzoek doodsimpel. Je zegt gewoon wat je wilt en zet er alstublieft voor. Zo zal een klant bij de bakker ‘Poproszę chleb razowy’ (‘Alstublieft volkorenbrood’) of ‘Proszę pokroić’ (‘Alstublieft snijden’) zeggen, en bij de bank ‘Proszę przelać pieniądze’ (‘Alstublieft geld overmaken’).

 

Ongevraagde mening

Diezelfde Polen vinden Nederlanders vaak juist direct en onbeleefd, omdat ze zeggen wat ze denken zonder eromheen te draaien. Vaak geven ze ongevraagd hun mening terwijl je daar echt niet op zit te wachten. In Polen kun je beter zwijgen als je anders het risico loopt iemand te kwetsen. Kritiek op de nieuwe jurk van je collega is niet welkom en als je geen zin hebt om naar haar feestje te komen, kun je beter een smoesje verzinnen. Iemand van middelbare leeftijd in de supermarkt met je en jij aanspreken is in Polen helemaal ondenkbaar.

Nederlanders zijn volgens Polen ook ongeduldig en respectloos, omdat ze anderen continu in de rede vallen. In Polen wacht je tot iemand uitgepraat is, en pas dan kun je reageren. Ook stellen Nederlanders te veel vragen die niet zelden wel heel persoonlijk zijn. Is er een familielid overleden? In Polen condoleer je iemand en vraag je niet door over hoe oud hij was en waaraan hij gestorven is. Is een relatie op de klippen gelopen? Dan vraag je dus niet wie het heeft uitgemaakt en wie nu voor de kat gaat zorgen. En je wacht een paar weken met jouw goedbedoelde adviezen.

 

Vorm en inhoud

Blijkbaar bedoelen Polen en Nederlanders iets anders als ze zeggen dat iemand direct is. Polen kijken vooral naar de inhoud, dus wie gewoon zegt wat hij denkt, of veel persoonlijke vragen stelt, is al snel te direct. Mijn Poolse studenten vinden het bijvoorbeeld erg moeilijk om te kijken naar een reisserie over Rusland waarin Jelle Brandt Corstius een huilende Siberische verkoopster interviewt en maar blijft doorvragen. Waarom volgt er nóg een persoonlijke vraag als hij ziet dat dit onderwerp voor haar zo pijnlijk is?

In Nederland kun je echter vrij ver gaan met persoonlijke vragen, zolang je ze maar beleefd formuleert. Direct zijn heeft in Nederland meer te maken met hóé je het zegt. In tegenstelling tot Polen kijken Nederlanders meer naar de vorm. Als je wilt dat iemand iets voor je doet, dan moet je hem de ruimte geven om te kunnen weigeren. Vragen, conditionele vormen en woorden als misschien lenen zich daar goed voor. Deze ruimte heeft de bankmedewerker van zijn Poolse klant niet gekregen.

In het Nederlands kies je voor een duidelijke boodschap en in het Pools voor een duidelijke vorm. Dus als Nederlandse toeristen in Polen zich een beetje inhouden met vragen stellen en als Polen in Nederland wat meer vraagvormen en minder imperatieven gebruiken, dan hebben we een hoop communicatieproblemen opgelost.

  • Illustratie: Hein de Kort. Katarzyna Wiercińska is docente Nederlands als vreemde taal aan de Adam Mickiewicz-universiteit, Poznań, Polen

 

 


Onze Taal

Dit artikel uit het 2/3-nummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Lidmaatschap
Vond u het leuk om te lezen? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar u helpt ons ook plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.

Een los nummer bestellen?
Het februari/maartnummer kopen kan natuurlijk ook, via onze webwinkel voor € 6,50.