Hij overleed in 1995, maar op 1 september vieren we toch zijn honderdste verjaardag: W.F. Hermans — wetenschapper, fotograaf en schrijver, een van de grote drie, bekend om zijn boeken en berucht om zijn scherpe mening en snijdende kritiek. Een en ander wordt gevierd met een gedenksteen, online projecten (een | twee)  en een tentoonstelling in het Huis van het boek in Den Haag — en uiteraard verschijnen er ook verschillende publicaties. Niet alleen worden de laatste delen van zijn Volledige Werken gepubliceerd, maar ook boeken over de persoon c.q. de schrijver Hermans (een | twee | drie). En er is Er is maar één werkelijk woord van Van Dale-hoofdredacteur Ton den Boon, die naging welke invloed Hermans op de Nederlandse taal heeft gehad.

Zo blijkt dat er in de Dikke Van Dale (slechts) twee woorden staan die door Hermans gemunt zijn, namelijk hoernalist ('slechte journalist, m.n. een die kritiekloos opschrijft wat anderen zeggen') en het daarvan afgeleide hoernalistiek. Maar zijn naam duikt ook elders geregeld op in lemma’s, als er citaten uit zijn werk gebruikt worden om de betekenis van woorden te verduidelijken. Zo vinden we bij democratie de toevoeging "Democratie is mooi, maar de mensen zijn er niet mooi genoeg voor”, bij scherpte “Alle scherpte is machteloos tegen zachtheid” (een beetje het omgekeerde van Luceberts 'Alles van waarde is weerloos'), en bij boek “Het zijn niet de dikste boeken waarin de waarheid woont”. Goed formuleerde aforismen,  die recht doen aan een andere uitspraak van Hermans, namelijk “Om een taal in een woordenboek zo goed mogelijk af te beelden, gaat het er natuurlijk om, zijn keuze te maken uit een zo breed mogelijk spectrum van erkende auteurs op allerlei gebied.”

Maar Hermans’ grootste invloed op het Nederlands moeten we waarschijnlijk zoeken in de vele bekende titels, die je vaak gerust de status van ‘gevleugeld woord’ kunt geven: ze behoren (onder het wat oudere deel van het lezerspubliek, dat wel) tot het collectieve cultuurgoed en er wordt vaak op gezinspeeld. Denk maar aan Onder professoren, Moedwil en misverstand, Mandarijnen op zwavelzuur, Het sadistisch universum, Nooit meer slapen, De laatste resten tropisch Nederland, Een wonderkind of een total loss, Uit talloos veel miljoenen — en nog veel meer.   

Behalve op Hermans’ toevoegingen aan de Nederlandse taal gaat Den Boon ook in op de dingen die de schrijver over de (Nederlandse) taal gezegd heeft. Hij had er een duidelijke mening over, en stak die niet onder stoelen of banken. Over spelling bijvoorbeeld: “Ik ken niet veel onderwerpen waar ik met zo weinig plezier over schrijf, als spelling en eventuele spellingwijzigingen. Maar je wordt ertoe gedwongen door anderen, die niets beters hebben te doen dan prutsen aan de spelling. Zij bemoeien zich ongevraagd met mijn hulpmiddelen.” En over onze vreemdetalenkennis: “Als je een Nederlander tegenkomt die beweert Frans, Duits of Engels perfect te kennen, weet je meteen dat hij die talen zelfs niet voldoende kent om in te zien dat hij ze slecht kent.” Kritiek op woordenboeken, en dan met name de Van Dale, had hij ook: “Wat de Bijbel is voor de dominees, dat is de Grote Van Dale voor de overige zeurkousen. En omdat er in de Nederlandse taal geen enkel ander bruikbaar woordenboek van die omvang bestaat, wordt algemeen gedacht en beweerd, dat het een goed woordenboek is.”
Den Boon heeft de uitspraak zonder te zeuren in zijn boek opgenomen.

‘Er is maar één werkelijk woord’. W.F. Hermans als taalmaker is een uitgave van De Weideblik en kost € 12,50. ISBN 978 90 77767 94 8
De e-bookversie is nu al te koop, de papieren versie eind september.

Raymond Noë