Lekker, gezellig, leuk … Dat zijn begrippen die je meteen te binnen schieten als je aan typisch Nederlands taalgebruik denkt. Maar aan welke woorden denken mensen die geen moedertaalsprekers zijn van het Nederlands? Tijdens de Taalunie Zomercursus Nederlands met studenten Nederlands uit de hele wereld, waar we zelf ook aan deelnamen, vroegen we onze medecursisten naar hun Nederlandse lievelingswoord.

Door Jeannette Berger en Vicky Sattlegger

Uit de eerste spontane antwoorden bleek dat niet-moedertaalsprekers soms aan dezelfde woorden denken. Victoria uit Rusland heeft bijvoorbeeld besloten om haar hele masterscriptie aan het woord gezellig te wijden: “Dit woord omvat zoveel betekenissen waar andere talen wel verschillende termen voor hebben, maar niet één term die alles dekt. Dat fascineert mij.”

Maar er zijn ook woorden genoemd die je niet zou verwachten. Sommige klinken gewoon raar of grappig, vinden ze: de Duitstalige studenten die we hebben gevraagd, vinden dat van woorden zoals knutselen, knuffelen, verdoezelen of worstelen. Onze Hongaarse medestudenten vinden woorden met twee keer (bijna) dezelfde lettergreep leuk, bijvoorbeeld tentoonstelling of komkommer. Voor Nada uit Indonesië klinkt kakkerlakken grappig, voor Carmen, moedertaalspreker Zweeds en Afrikaans, sinaasappel en verstoppertje. Het lievelingswoord van Maria uit Spanje is achtentachtig. En Jade houdt van bagagedrager: “Het klinkt grappig en de g heeft twee verschillende klanken. Er is geen enkel woord in het Engels dat hetzelfde betekent.”

Is het Nederlands dus voor buitenlanders alleen maar grappig? Nee, sommige woorden werden gekozen vanwege hun schoonheid: “Horloge klinkt supermooi!”, zegt Kaasia uit Polen. Haar landgenoot Łukasz kiest voor meisje, dat volgens hem zacht klinkt. “Lieverd”, zegt Nadhira uit Indonesië. “Het klinkt niet alleen mooi maar ook zorgzaam.” Lea kiest voor paskamer, een praktisch woord omdat het veel korter en makkelijker is dan het Duitse Umkleidekabine: “Iets past of het past niet.” Paardenbloem is de keuze van Dóra uit Hongarije: alsof een paard een bloem kan zijn. En Carolina uit Spanje laat zich leiden door heel andere criteria: “Mijn lievelingswoord is poffertjes omdat ze zo lekker zijn.”

En toch vinden buitenlanders niet alle Nederlandse woorden leuk. Ada uit Polen weet helemaal niet hoe ze geheugen moet uitspreken, slachtoffer klinkt voor Stephanie uit Zwitserland te hard en fruit klinkt voor Carmen te Engels. Martina uit Duitsland vindt kinderkopjes heel vervelend: “Doordat ik nu weet hoe de stenen in het Nederlands heten, heb ik altijd een raar en slecht gevoel als ik op zo’n straat loop.”

De meningen lopen dus duidelijk uiteen, maar over één stelling zijn wij studenten Nederlands het met elkaar eens: Nederlands is een heel gezellige taal!


Snoepje en snelheid

Jeannette Bergner uit Hongarije en Vicky Sattlegger uit Oostenrijk zijn beiden studenten Nederlands en schreven dit stuk als onderdeel van hun zomercursus in Gent en Den Haag. Wat zijn hun eigen favoriete woorden?

Jeannette:Snoepje. Dat klinkt heel mooi, als iets wat je tegen kinderen zegt: ‘Wil je een snoepje of koekje eten?’ Ik vind alle verkleinwoorden erg lief.”

Vicky: Snelheid. Mijn Oostenrijkse vrienden moeten lachen als ze dit woord horen, omdat het zo letterlijk klinkt, als hoe een kind het zou zeggen. Maar eigenlijk vind ik het praktischer dan het ouderwetse Duitse woord Geschwindigkeit.”


Dit artikel is een voorpublicatie uit de Taalkrant, een speciale uitgave die verschijnt in de Week van het Nederlands (6 t/m 13 oktober). Leden van Onze Taal ontvangen de Taalkrant bij het oktobernummer van Onze Taal, dat op 5 oktober verschijnt. Bent u geen lid (of kunt u niet wachten)? Dan kunt u een papieren exemplaar aanvragen of de pdf downloaden.