“Ik wrochtte onwetend aan ’t gebouw van uw geluk”, zo dichtte Samuel Iperusz. Wiselius in zijn Nieuwe gedichten uit 1833. Wat betekent dat inmiddels vrijwel vergeten werkwoord wrochten?

Van Dale vermeldt bij wrochten “als kunstenaar maken, als iets kunstigs tot stand brengen”, met de toevoeging dat het archaïsch is en vaak schertsend gebruikt wordt. De tweede betekenis “zware handenarbeid doen” komt al meer in de buurt van de oorspronkelijke betekenis 'werken, arbeid verrichten', waarin ook Wiselius het gebruikt.
Het werkwoord wrochten ziet er erg oud uit, maar is dat eigenlijk niet. Het is eind achttiende, begin negentiende eeuw afgeleid van gewrocht, een oud voltooid deelwoord bij het werkwoord werken, dat ooit vervoegd werd als werken - wrocht - gewrocht.

De schrijver Nicolaas Beets had zo zijn gedachten bij die nieuwvorming, getuige dit gedichtje uit 1882:

“Gelijk men zegt: ‘Ik zoek, ik zocht,

Ik breng, ik brocht,’

Zoo zei men ook: ‘Ik werk, ik wrocht,’

Zoolang het volk zijn taal verstond.

Thans hoor ik, uit geleerden mond:

‘Ik wrocht, ik wrochtte, heb gewrocht’....

Nu ja! – een wangedrocht!”

Wrochten is zo goed als verdwenen uit het Nederlands, maar doorwrocht ('grondig, goed doordacht') kom je hier en daar nog weleens tegen.

Raymond Noë

• Zie voor meer informatie over wrochten het Woordenboek der Nederlandsche Taal en de Etymologiebank.
• Het bovenstaande stukje is afkomstig uit de Onze Taal Taalkalender 2016.