Het Nederlands verliest ietsjes terrein als dominante taal in Nederland. Dat blijkt uit het tweede onderzoek naar de staat van het Nederlands, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Taalunie. In 2018, toen het recentste onderzoek werd uitgevoerd, zei 85,2% van de Nederlandse respondenten ‘altijd Nederlands’ te spreken in zijn naaste omgeving. Twee jaar eerder was dat nog 88,8% – een significante afname volgens de onderzoekers. Die afname komt niet zozeer doordat Nederlanders meer Engels zijn gaan spreken, maar vooral doordat (in ieder geval onder de respondenten) het gebruik van andere streektalen (zoals het Fries) vaker wordt genoemd.

In het Nederlandse hoger onderwijs is het percentage colleges dat uitsluitend in het Engels werd gegeven nagenoeg verdubbeld: van 10,4% in 2016 tot 20% in 2018. In de sociale media neemt het gebruik van het Engels wel af, bijvoorbeeld op Facebook, maar volgens de onderzoekers zou dat kunnen komen doordat de groep die het meeste Engels gebruikt – de jongeren – Facebook de rug toekeren.

In Vlaanderen zijn de verschillen tussen de twee meetmomenten veel minder extreem. Voor het eerst is Suriname ook betrokken bij het onderzoek. Ondanks de veeltaligheid in dat land, is ook daar het Nederlands de voornaamste taal in het sociale verkeer. (rapportage Taalunie)