Als we één taal goed hebben kunnen bestuderen de afgelopen tijd, dan is het wel de thuistaal. Daarom pakken we ermee uit in ons zomernummer! Hier alvast een voorproefje. 

Saskia Aukema - redactie Onze Taal

Een lezeres van Onze Taal vertelde dat slappe thee bij haar in de familie ‘slingerthee’ wordt genoemd: alsof het zakje er alleen maar even doorheen geslingerd is. Zou het niet leuk zijn om die familiewoorden eens te inventariseren, vroeg ze zich af.

Zo’n 25 jaar geleden deed Wim Daniëls al eens iets soortgelijks op grote schaal. Nu we toch met z’n allen binnen zaten, konden we die thuistaal – een generatie verder – eens extra goed bestuderen.

Dus met het slingerthee-voorbeeld in de hand besloten we het inderdaad aan u te vragen via onze sociale media: welke woorden en uitdrukkingen zijn uniek binnen úw gezin? En toen ging het los! Maar liefst vijftienhonderd bijdragen ontvingen we.

Engeltjespies

Heel veel van die reacties gingen door dat voorbeeld ook over thee, want wat bleek? Slingerthee wordt in nog eens achttien andere gezinnen gebruikt. En verder waren er voor slappe thee ook nog benamingen in omloop als wapperthee, zwengelthee, zwaaithee, schele-ogen-thee, dooiemuizenthee, stagiaire-thee, engeltjespies, hazenpis, uilenzeik – of die laatste op z’n quasi-Franse chic: eau de uil.

Misschien is het idee van slingerthee toch niet zó uniek, maar in Van Dale staan de woorden geen van alle als het gaat om thee.

Oermens

Terwijl we al die reacties lazen, bekroop ons opeens het gevoel: zo zou taal ooit best ontstaan kunnen zijn! Het is bijvoorbeeld niet moeilijk om in het woord pats voor een elastiekje of hoewahoewa voor een ambulance de prille oermens te herkennen, die ook eerst aandachtig luisterde naar de dingen, voordat hij ze aarzelend moet hebben herhaald. Meer van dat soort klanknabootsingen:

  • kesseboem  heipaal
  • te fledder, te fledder  snijbonen (naar het geluid van de snijbonenmolen)
  • pjoem  rolmaat (naar het terugschietgeluid van het meetlint)
  • blop  alcoholgel om handen te ontsmetten

Geef de mens vervolgens letterbrokjes als fl- en -elen, en er komen fliebertjes, fluppeltjes, floepeltjes, floemetjes, fleppertjes en flappers, die je kunt woezelen, kroepelen, puppelen, gobberen en versnosselen – woorden die daadwerkelijk allemaal zijn ingezonden. Enkele van die fantasievormen bieden en passant een verontrustend inkijkje in onze eetcultuur:

  • verroffelen  pannenkoeken van de avond ervoor ongecontroleerd in kleine stukjes snijden zodat ze op een bord kunnen worden opgewarmd in de magnetron
  • kakkeleboebus  botjes, vetjes en ander afval dat aan de rand van je bord belandt
  • dedders  vettige stukjes vlees met huid, die in de erwtensoep kunnen zitten als je die van een kluif trekt
  • smoddelen  het maken van binnensmondse speekselgeluiden bij het kauwen; niet te verwarren met smakken
  • uitkokkelen  de vulling uit een kroket peuteren

Kinderen

Thuistaal begint vaak met kinderen die een bepaald woord niet kennen of het maar half hebben onthouden, en met een eigen vondst het origineel overtreffen:

  • boevenzuiger  kruimeldief
  • filefiets  tandem
  • gefoetsifiseerd  kwijtgeraakt
  • kapot wit  gebroken wit
  • panterbanaan  banaan met bruine vlekjes
  • pechweg  vluchtstrook
  • praathoofdjes  kletskoppen
  • springbroodje  tosti
  • toeterbloemen  narcissen
  • vaarkip  eend

Of kinderen die een woord niet helemaal uitspreken zoals bedoeld:

  • gebakhalletjes  gehaktballen
  • gevaderding  vergadering waar vader aan deelneemt
  • kamelenpap  havermoutpap met kaneel
  • notenvulling  noodvulling bij de tandarts
  • paardentent  partytent
  • tegelleggers  tegenliggers
  • wenteltepeltjes  wentelteefjes

Natuurlijk maakt het niet uit hoe oud en welbespraakt je vervolgens wordt, zo’n grappige uitspraak achtervolgt je je hele leven lang. Dat de destijds driejarige dochter van Anny van Diggelen ooit in een hoosbui zei dat “het hozelde”, hoort ze nu – veertig jaar later – nog.

Truitjes sorteren

Andere familietaal komt juist weer duidelijk uit een volwassener koker:

  • troepstoep  milieuperron (verzameling afvalcontainers)
  • intershitty  intercity die niet op tijd rijdt
  • papa-thee  drank waar de kinderen niet aan mogen komen
  • truitjes sorteren  in de slaapkamer zekere handelingen verrichten (naar een kledinghandel waar de koopwaar opgestapeld stond in de slaapkamer)
  • neukenrol  een rol zacht keukenpapier bij het hoofdeinde van het bed

Nu u na de versoepelingen van de coronamaatregelen weer wat meer onder de mensen zult komen, moet u wel een beetje oppassen. Anders overkomt u nog hetzelfde als de vrouw die bij een etentje vroeg om ‘de almachtige’ (‘de grote soeplepel’), als de vrouw die in de garage sprak over de ‘sprietselspratsel’ (‘ruitensproeiervloeistof’) of als de man die bij de vakkenvullers informeerde naar de ‘bipsbetters’ (‘vochtige doekjes’). Sommige thuistaalwoorden lijken zó normaal dat je bijna zou vergeten dat niet de hele wereld ze kent.

Zeven woorden die zó het woordenboek in mogen!

Sommige woorden verdienen het ook om werkelijk in te burgeren – zo beeldend zijn ze:

  • elven  snotstrepen bij kleine kinderen uit twee neusgaten tegelijk
  • peuterspeelzaalbruin  de vieze kleur waar verven met kinderen onvermijdelijk mee eindigt
  • pleisterschaduw  de plakrest die achterblijft na het verwijderen van een pleister
  • snoerwoud  de chaos achter tv of computer
  • sokkenpuzzel  de puzzel die volgt na elke was
  • tulpjesregen  regen die het water doet opspatten tot tulpjes
  • zegzuchtje  de korte ademhaling die iemand maakt als hij/zij iets wil zeggen, meestal na abrupt te zijn onderbroken door een ander

 


Steun Onze Taal

Dit artikel uit het zomernummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Lidmaatschap
Is taal ook voor u belangrijk? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar u helpt ons ook om plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.