Bij Onze Taal vinden we het leuk om af en toe quizjes in elkaar te zetten voor onze volgers op Facebook, Twitter, enz. We proberen ze niet te moeilijk, maar zeker ook niet te gemakkelijk te maken. Ze zijn populair: de meeste worden minstens een paar duizend keer ingevuld.

Afgelopen dinsdag plaatsten we weer eens een uitdrukkingenquiz op Facebook. De deelnemers kregen vijftien uitdrukkingen te zien waarin steeds één woord was weggelaten; dat woord moesten ze zelf invullen. Bijna 5000 mensen deden mee.

Een van de opgaven was: “Vul het juiste woord in in de uitdrukking ‘Veel ____ en weinig wol.’” Dit waren de meest ingevulde antwoorden:

  • geschreeuw: 1553
  • geblaat: 1342
  • schaap/schapen: 516
  • garen: 111
  • stof: 106
  • lawaai: 87
  • gescheer/scheren: 86
  • gespin: 84
  • woorden: 54
  • gepraat: 53

Andere antwoorden waren onder meer: gemekker, geblèr, gedoe, poeha, ruis, tumult, vacht en vlees. Mooie inzendingen: voor al die varianten is wel iets te zeggen. Maar wat was nou goed? Het wás immers een quiz.

Op basis van de driedelige Van Dale en de herkomst van de uitdrukking rekenden we ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ goed én de variant ‘Veel gescheer en weinig wol.’ De uitdrukking gaat namelijk terug op een oud verhaaltje waarin de duivel varkens scheert om aan wol te komen. Dat mislukt natuurlijk, maar ondertussen maken de varkens enorme herrie – vandaar ‘Veel geschreeuw en weinig wol.’

Deze achtergrond is lang niet bij iedereen bekend. En dus vulden veel mensen een veel logischer woord in. Als je aan wol denkt, denk je aan schapen, en wie aan schapen denkt, denkt aan geblaat.

Goed bedacht, maar toch niet juist – dachten wij, met dit verhaal (en Van Dale) in ons achterhoofd. Tot we zagen dat in de recente online-editie van de grote Van Dale ‘Veel geblaat en weinig wol’ nu óók als variant gegeven wordt. Dat betekent dat deze versie inmiddels als een volwaardige variant gezien wordt. Dat hadden we natuurlijk moeten zien bij de controle van de quizvragen. Kortom: geschreeuw, gescheer én geblaat hadden goedgerekend moeten worden.

We hebben de bewuste vraag in de quiz uiteindelijk maar vervangen. Door een vraag over een toepasselijke uitdrukking: “Met de mond vol ____ staan” ...

Taaladviesdienst