Koning Willem-Alexander begroette het Chinese volk dit weekend met de woorden “Ni hao” ('hallo'). Daarna ging hij over op het Nederlands, zo meldden de media, want zijn Chinees is nou eenmaal niet zo goed als dat van Facebook-oprichter Mark Zuckerberg.

Ni hao is in Nederland een beetje bekend geworden doordat het de naam was van een cursus Chinees die in de jaren tachtig op tv werd uitgezonden. Maar ook wie die cursus niet gevolgd heeft, spreekt onbewust een mondje Chinees. We onderhouden tenslotte al sinds de zeventiende eeuw handelsbetrekkingen met het land, en die samenwerking heeft wel wat leenwoorden opgeleverd. Niet verrassend blijkt het vooral te gaan om namen van gerechten en hun ingrediënten, zoals bami, dimsum, foeyonghai, loempia, lychee, mihoen, paksoi, tahoe, tjaptjoi, tofoe, ve-tsin en wonton. Verder zijn er woorden die met de Chinese levensbeschouwing te maken hebben, zoals feng shui, qi gong, tai chi, tao, wu wei, en yin en yang – en in de afdeling vrijetijdsbesteding vinden we go, haiku, kungfu, mahjong, tangram. Al dit soort woorden zijn eigenlijk allemaal herkenbaar als Chinees, op een paar na, zoals pongé (uit het Frans, oorspronkelijk benji), chopstick (dat via het Engels bij ons terecht is gekomen), thee en ketchup. Ketchup? Ja, ketchup ook: het woord is afgeleid van ketjap, dat wij vooral associëren met Indonesië, maar dat oorspronkelijk uit China komt. (Wilt u precies weten hoe het zit met ketchup en ketjap, lees dan het boekje Waar komt hagelslag vandaan?, dat volgende week verschijnt.)
Het leukste woord in het Chinese Nederlands is misschien wel taikonaut, de Chinese variant van het westerse astronaut en het Russische kosmonaut. En wie zich afvraagt waarom pingpong niet in de lijst staat: dat woord is geen Chinees, maar een Engelse onomatopee, een klanknabootsend woord (net als kieviet en didgeridoo).

Chinese woorden in de Van Dale
amsoi, bami, betjah ('rijtuig'),chopstick, dimsum, erhu ('tweesnarige viool'), feng shui, foeyonghai, galangawortel ('laos'), go, gojibes, golauyoek, haiku, hanzi (‘karakterschrift’),  hukou (‘sociaal systeem uit de Mao-tijd’), kaisoi (‘koolsoort’), kaolien (‘porseleinaarde’), ketchup, ketjap, kongsi (‘kliek die gemeenschappelijk voordeel wil behalen’), kumquat, kungfu, kweekwee, loempia, longan (‘vrucht’), lychee, mi, mihoen, moutan (‘boompioen’), mahjong, pailow (‘monumentale toegangspoort’), nanking (‘katoenen stof’), pakfong (‘bepaald type nieuwzilver’), paksoi, pecco ('soort thee', ook pekoe), pekinees (‘soort hond’), Pekinees (niet de hond), piao (‘gokspel’), pipa (‘peervormige luit’), pongé (‘lichte soort van taf’) , qi gong (‘meditatietechniek’), renminbi yuan (‘munteenheid’), sampan (‘kustvaartuig’), sanda/sanshou (‘zelfverdedigingssport’), sawpaw (‘bapao’), sharpei (‘soort hond’), singkè (‘Europeaan die voor het eerst in het voormalige Nederlands-Indië was’), Sjanghaier, souchon (‘soort thee’), tahoe, tai chi, taikonaut, tangram, tao, taolu (‘schijngevechtssport’), tatsoi (‘soort bladgroente’), taugé, tausisaus (‘saus van zwarte bonen met knoflook’), thee, tjaptjoi, tofoe, tungolie (‘houtolie’), tyfoon, ve-tsin, wok, wonton, wushu (‘vechtsporten’), wu wei (‘basisbegrip in het taoïsme’), xiang qi (‘Chinees schaakspel’), yang, yin, yuan (‘muntsoort’).

Raymond Noë