“Limburgs erkend als streektaal”, zo stond afgelopen weekend een tijdje bovenaan de openingspagina van Teletekst. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken was vanwege de Provinciale Statenverkiezingen van aanstaande woensdag op bezoek in Limburg en beloofde een ‘convenant’ te gaan sluiten waarin zal staan dat “het Limburgs wordt erkend als zelfstandig en volwaardig onderdeel van het Nederlandse taalsysteem”.

Wie de dialecten, en dan vooral de politieke kant ervan, een beetje heeft gevolgd, zal ervan opgekeken hebben. Want het Limburgs ís toch allang officieel erkend als streektaal? Inderdaad: het Limburgs ontving eind jaren negentig al het predicaat ‘officiële streektaal’. Formeel gezegd: het ministerie van Binnenlandse Zaken verleende het Limburgs (en trouwens ook het Nedersaksisch uit Oost- en Noord-Nederland) een erkenning op basis van het door Nederland ondertekende Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen. Die erkenning ging niet zo ver als die voor het Fries; het Limburgs wordt bijvoorbeeld niet of nauwelijks gesteund met overheidsgeld. Het was vooral een gebaar: Den Haag bevestigde hardop dat het Limburgs een taal is.

Maar wat voegde het nieuws van afgelopen weekend dan toe aan die dus al ruim twintig jaar bestaande officiële erkenning? Weinig, zo leek het. En opmerkelijk genoeg leek het daar ook volledig aan voorbij te gaan. Want zonder dat er ergens werd gerept van de status die het Limburgs destijds al had gekregen, stelde de minister: “Het gaat niet zozeer over geld, maar vooral om erkenning.”

Afgelopen najaar is er ook voor die andere ‘erkende streektaal light’ in Nederland, het Nedersaksisch, zo’n convenant gesloten. Ook toen werd de vinger op de knip gehouden, en ook toen leek het of niemand wist dat die officiële erkenning er al sinds jaar en dag ligt.

* UPDATE * Intussen heeft de erkenning van het Limburgs (in feite: het convenant over het Limburgs dat minister Ollongren in het vooruitzicht heeft gesteld) gezorgd voor jaloerse blikken in Noord-Brabant. De Limburgers worden voorgetrokken, aldus Jos Swanenberg, hoogleraar in diversiteit en taal aan de Universiteit van Tilburg, bij Omroep Brabant. “Die hebben een bijzondere behandeling gehad. En ik vind het raar dat de andere provincies die niet krijgen.”

Kees van der Zwan