Als ik ’s nachts niet slapen kan, stel ik me voor dat ik nog maar net geboren ben en mijn moedertaal nog moet leren. Ik zou niet weten waar ik moest beginnen. Het begint er natuurlijk al mee: hoe weet je als pasgeborene dat je ouders taal aan het gebruiken zijn? Hoe weet je dat de mensen slapie slapie doen bedoelen wanneer ze hun lippen bewegen en klanken uitstoten? En dat ze niks bedoelen als ze lalala zingen, of ehm zeggen, of hun keel schrapen? Hoe weet een baby wat taal is, als niemand het kan uitleggen omdat hij nog geen taal heeft?

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat mensenkinderen, anders dan jonge chimpansees of bonobo’s geboren worden met de aangeboren veronderstelling dat hun ouders taal zullen gebruiken. Ze hoeven dus niet te leren wat het is, ze hebben er een instinctief gevoel voor – zoals ze ook instinctief weten dat de grote warme vrouw tegen wie ze aan liggen hun moeder is, die hen zal voeden en beschermen. Bovendien hebben ze al in hun hoofdjes bepaalde ideeën zitten over wat voor soort geluiden er precies tot hun moedertaal behoren en welke niet.

Dat bleek deze week weer uit een onderzoek dat enkele Amerikaanse onderzoekers presenteerden in het Amerikaanse online-tijdschrift PLOS ONE. Opvallend genoeg deden de onderzoekers dat onderzoek met gebarentaal.

We weten sinds enkele decennia dat gebarentalen volkomen gelijkwaardig zijn aan gesproken talen: wie zo’n taal als moedertaal beheerst, kan er alles in zeggen wat hij wil, en gebruikt in de hersenen ook vrijwel dezelfde gebieden om dat te doen. Bovendien leren dove kinderen van dove ouders hun gebarentaal net zo moeiteloos en ongeveer in hetzelfde tempo als horende kinderen van horende ouders gesproken taal leren.

Dat die kinderen dat kunnen, is misschien nog wel een groter wonder. Ze pikken op dat sommige arm- en handbewegingen die hun ouders maken horen tot de taal die ze aan het leren zijn, terwijl andere bewegingen daar niet bij horen. Hun ouders doen natuurlijk de hele dag van alles en nog wat. Hoe doen die kinderen dat?

Interessant genoeg ontdekten de Amerikaanse onderzoekers dat u en ik die truc ook nog beheersen. Ook als we ons leven lang alleen gesproken taal gebruikt hebben, dan nog kunnen we zien dat sommige handbewegingen taal zijn en andere niet. Proefpersonen in experimenten keken naar opnamen van gebaren uit de Amerikaanse Gebarentaal en naar willekeurige andere gebaren. Ze pikten de eerste er moeiteloos uit, kennelijk omdat ze intuïtief het systeem dat erin zit herkennen – een bepaald ritme dat alle talen kennelijk delen, of ze nu gesproken worden of gebaard. En waarvoor ieder mens vanaf zijn geboorte af aan kennelijk een aangeboren gevoel heeft, dat hij bovendien zijn leven lang niet meer helemaal kwijtraakt.

Marc van Oostendorp