door Tamara Mewe - taaladviseur Onze Taal (net terug uit Berlijn)


Na een tijd in Berlijn te hebben geleefd en veel Duits te hebben gesproken, adviseer ik vanaf nu weer als taaladviseur bij Onze Taal over het Nederlands. Als dat maar goed gaat. Straks zeg ik per ongeluk Hallöchen! of Ja, bitte aan de telefoon. Het is tenslotte keineswegs uit te sluiten dat Berlijn wat sporen in mijn taalgebruik achterlaat – dat is goed nachzuvollziehen, toch? Man W. en ik spraken in Berlijn weliswaar onderling Nederlands, want dat spreken we al vierentwintig jaar met elkaar, maar je hebt Nederlands en Nederlands-in-een-Duitse-omgeving natuurlijk:

- Wat hebben we vandaag voor? Iets bezichtigen? Het wordt weer heet vandaag, dus we kunnen kijken of er een Führung is op het Museuminsel? Ergens met Klimaanlage?
- Of we gaan de stad uit, het merengebied in. Dan kijken we wel bij welke zee we aan het water kunnen komen.
- Dan varen we met de auto.
- Als de auto niet is afgesleept! Omdat-ie voor een uitvaart staat ofzo. (Ausfahrt = uitrit.)

Korte tijd later:

- Heb jij de koffiemachine uitgeschakeld?
- Ja. Weet jij of we aan een brievenkast voorbijvaren? Dan kan die verjaardagskaart ook gelijk weg.

Oké, oké, zo erg is het in het echt natuurlijk niet. Gewoonlijk duiken de vergissingen vereinzelt op, afhankelijk van of het gesprek gaat over het politieke discours, Gedenkstätten, de Duitse weerstand in de oorlog of de onderrichtsplichtige leeftijd van Duitse schoolkinderen.

An sich weten we allebei best dat je niet alles letterlijk kunt vertalen en dat Duitse en Nederlandse woorden die elkaars vertaling lijken, juist vaak valse vrienden zijn. Toch zijn het precies díé fouten die je onderlopen als je wekenlang Duitse colleges en danslessen volgt, Duitse audiotours en rondleidingen hoort, Duitse tv kijkt (iets anders biedt het apparaat niet) en Duitse boeken leest.

- Waar treffen we ons dan vanmiddag?
- Op die gezellige plaats met die bron, of bij dat oude gasthuis in het Nikolaiviertel?
- Bedoel je dat lokaal waar bier wordt gebrouwd?
- Bier?
- Ja, dat vertelde die rondleider toch laatst?
- Echt? Dat heb ik dan helemaal overhoord.
- Maar goed. Daar afspreken dan? Hoe laat?
- Ik meld me wel na m’n termijn op de FU (klinkt als: ‘ef-oe’ (freie Universität)). Genau. Dan ben ik nog driekwartier onderweg.
- Gut (klinkt in Berlijn als ‘joet’).

Typisch Berlijns is dat woord genau. Het is me voor het eerst opgevallen bij een rondleiding: vlak voor we naar een ander schilderij of de volgende ruimte lopen, voegt de rondleidster aan het einde van de zin genau toe. Bijvoorbeeld: ‘Die Ausstellung stellt also die Vorherrschaft des westlichen Kanons in Frage. [Korte pauze.] Genau.’ Genau? Bevestigt de rondleidster nou hoe mooi en treffend ze dat net gezegd heeft? Vervolgens hoorde ik het natuurlijk bij elk Referat tijdens de colleges: sommige studenten voegen om de paar zinnen genau toe. ‘An ihrem 75. Geburtstag erhielt Nelly Sachs den Literaturnobelpreis. Genau.’ Een studente moet even nadenken of ze nog iets zal zeggen bij de sheet: ‘Genau.’ Iemand weet even niet hoe hij verder moet: ‘Genau.’ Hoe onzekerder de spreker, hoe vaker uiteraard. Terwijl het op mij zo pedant overkomt: alsof iemand zichzelf voortdurend bevestigt of zelfs prijst. ‘Precies, precies, juist, heel goed.’ Hebben we in het Nederlands iets vergelijkbaars? Dus? Oké?

Ik ga er nu ik weer in Nederland ben eens extra op letten. Genau.