Docent en onderzoeker Leslie Piggott experimenteert met Engelse lesboeken zonder grammatica-uitleg. Werkt dat? Nou en of!

Door: Sterre Leufkens en Gaston Dorren

Een maandagochtend, eind augustus 2015. Acht leraren Engels van scholengemeenschap Tromp Meesters in Steenwijk beginnen aan de eerste schoolweek met enigszins rafelige boeken voor de brugklas: alle grammatica-uitleg en -oefeningen hebben ze eruit gescheurd. Voltooide versus onvoltooide tijd? Rats, weg ermee! Woordvolgorde? Ffft, niet nodig! Een van de acht leraren is Leslie Piggott, tevens initiatiefnemer van het experiment. Eind 2019 is ze in Utrecht gepromoveerd op haar opmerkelijke bevindingen.

 

Nogal wiedes

Sinds jaar en dag zijn we het zo gewend: grammatica is bij de vreemde talen de ruggengraat van elke les en van het hele onderwijs. De docent legt een regel uit, de leerlingen maken een invuloefening en doen dan nog een spreektaakje waarin ze de regel moeten toepassen. Lessen zonder grammatica-instructie kunnen ze zich nauwelijks voorstellen. Piggott wel. Misschien omdat ze zelf vanaf haar achtste, vers uit Canada, op die manier Nederlands heeft geleerd: al doende.

Maar ze weet ook dat eerder onderzoek haar ongelijk lijkt te geven. Leerlingen mét grammaticales scoorden daarin steevast beter dan leerlingen zonder. Alleen, wat werd daarin gemeten? Hoe goed ze grammaticaoefeningen invulden. Ja, nogal wiedes. Maar uiteindelijk gaat Engels leren niet alléén maar om het invullen van grammaticaoefeningen – of eigenlijk helemaal niet.

Piggott pakte het daarom anders aan. Ze vergeleek twee leerjaren lang het gesproken en geschreven Engels van twee lichtingen scholieren op allerlei aspecten: hoe grammaticaal correct het was, hoe gevarieerd hun woordenschat was, hoe vloeiend ze spraken en ook hoe goed ze begrepen wat ze lazen. De ene lichting (die in 2014 aan de brugklas begon) kreeg les uit intacte boeken, de andere (2015) uit de gescheurde. De ene besteedde ruim een derde deel van de lestijd aan uitdrukkelijke grammatica-uitleg en -oefeningen, de andere groep besteedde die tijd aan lezen, zelf praten en woordjes leren. Alleen aan het eind van hun tweede leerjaar kreeg de experimentele groep in een korte cursus van zes uur lang echt grammatica-uitleg.

 

Proefkonijnen

Wat bleek tegen het eind van die twee jaar? De proefkonijnen met de rafelige boeken waren beter in begrijpend lezen en spraken vloeiender. Als ze schreven, was hun grammatica duidelijk slechter – tot aan die korte cursus. Daarna was die op hetzelfde niveau als bij de traditionele groep, en ook enkele maanden later was dat nog het geval.

Beter praten en lezen, maar minder correct schrijven – hoe kan dat? Piggott heeft een sterk vermoeden: “Bij het schrijven leunen leerlingen heel erg op hun kennis van de regels, maar bij het spreken heb je geen tijd om daarover na te denken. De leerlingen die de regels hadden geleerd, schreven accurater, maar bij het spreken liepen ze vast en maakten ze juist meer fouten.”

De twee methodes ontwikkelen dus vooral andere typen taalvaardigheid, en na twee jaar lijkt de experimentele aanpak meer op te leveren. “De groep van 2015 doet dit jaar eindexamen, en ik ben heel benieuwd of ze hun voorsprong in begrijpend lezen hebben vastgehouden, of dat de twee groepen naar elkaar toe zijn gegroeid.”

 

Hak op de tak

Wat vonden de betrokkenen er zelf van? De scholieren zelf hadden geen uitgesproken voorkeur. Sommige docenten waren vooraf bezorgd dat grammaticaloos onderwijs te weinig zou opleveren. Bovendien vonden ze het lastig om hun lessen vorm te geven zonder de structuur die grammatica-instructie normaal biedt. “Docenten moesten heel erg wennen aan het hak-op-de-takkarakter van de lessen, ze misten een rustmoment. Maar in het tweede jaar vertelden ze dat ze de vrijheid fijn vonden: ze konden opeens de hele les aan een schrijfopdracht besteden, er echt de tijd voor nemen.”

Kortom, kun je scholieren Engels leren zonder de nadruk te leggen op grammatica? Als je naar de totaaluitkomsten kijkt, is het antwoord: ja. Piggott bepleit dat ook. Maar de individuele uitkomsten lieten ook zien dat sommige leerlingen meer baat hebben bij de ene methode, andere bij de andere. Vooral leerlingen die last hebben van talige faalangst zijn gebaat bij uitleg. Gewoon praten zonder je om de regels te bekommeren, dat werkt voor hen nu eenmaal minder goed.

Maar voor pubers die niet van regels houden en wel van praten (en die schijnen er te zijn), ligt dat heel anders. Laat die maar lekker scheuren!

  • Foto: Jeroen van Kooten. 

Onze Taal

Dit artikel uit het 2/3-nummer van Onze Taal bieden we u gratis aan.

Lidmaatschap
Vond u het leuk om te lezen? Overweeg dan lid te worden van Onze Taal. Daarmee ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar u helpt ons ook plezier in en informatie over taal verder te verspreiden.

Een los nummer bestellen?
Het februari/maartnummer kopen kan natuurlijk ook, via onze webwinkel voor € 6,50.