Op 14 april 1984 vond in Den Bosch het laatste concert van Doe Maar plaats. Duizenden vooral jonge fans beleefden het mee en namen afscheid van hun idolen. Kort daarvoor had de band bekendgemaakt dat ze het voor gezien hielden: de tol van de roem werd hun te veel.

Met het afscheidsconcert werd een tijdperkje van zo’n twee jaar afgesloten. In het voorjaar van 1982 werd Doe Maar in korte tijd ongekend populair. De punk-rock-ska-reggae-band bestond toen al een paar jaar, maar genoot tot zijn doorbraak eigenlijk alleen een zekere faam onder punk-rock-ska-reggae-liefhebbers. Die faam had de band zeker ook te danken aan het feit dat ze in het Nederlands zongen, want dat was in die dagen nogal ongebruikelijk. Weliswaar was er al sinds de jaren zestig Nederlandstalige pop- en rockmuziek – Peter en zijn Rockets, ZZ en de Maskers, Het, Normaal, Bots – maar een garantie voor succes was zingen in je moerstaal bepaald niet. Doe Maar bracht daar verandering in. Plotseling waren er legio bands die Nederlands zongen: Toontje Lager, Frank Boeijen Groep, Het Goede Doel, Klein Orkest, De Dijk, The Scene – in de jaren negentig gevolgd door streektaalbands als Skik, Rowwen Hèze en De Kast. En ook in de rap- en hiphopscene die in die tijd ontstond, heeft het Nederlands zeker geen mindere status dan het Engels. Integendeel, misschien wel. Het zou onzin zijn om te zeggen dat dat allemaal aan Doe Maar te danken is, maar de band heeft de Nederlandstalige populaire muziek in ieder geval een flinke impuls gegeven.

Overigens: de fans die het allemaal nog eens willen beleven, kunnen in oktober hun hart ophalen, want dan is Doe Maar de hoofdact op Symphonica in Rosso.

 

Raymond Noë

Bovenstaand stukje is afkomstig uit het aprilnummer van Onze Taal, uit de rubriek 'Toen in ...'