Zitten, liggen of staan? Hoe zit het nou?
Waarom 'staat' een bord op tafel, maar 'ligt' er een vork naast en 'zit' er water in het glas? Als Nederlandse moedertaalspreker maak je onbewust veel keuzes die je eigenlijk niet kunt uitleggen: je volgt gewoon je taalgevoel. Dat geldt bijvoorbeeld voor het gebruik van de woorden zitten, liggen en staan. Door je te verwonderen over het voor je gevoel 'vanzelfsprekende' in de taal en hiermee te spelen, vergroot je je taalbewustzijn en empathie met tweede-taalsprekers. Deze les hoort bij een artikel uit het blad Onze Taal (maart/april 2026). Het artikel kun je hieronder ook downloaden.