De vereniging 'Genootschap Onze Taal' werd op 16 mei 1931 door dertig taalpuristen opgericht. Zij maakten zich zorgen over het groeiende aantal Duitse woorden en constructies ('germanismen') in het Nederlands. Het eerste nummer van het tijdschrift Onze Taal verscheen in maart 1932.

In de jaren dertig en veertig was de belangrijkste activiteit van de vereniging het 'ontmaskeren' van germanismen, maar vanaf de jaren vijftig ging het bij Onze Taal steeds vaker over allerlei andere aspecten van het Nederlands. In de tweede helft van de jaren tachtig kende het genootschap een flinke groei: van 15.000 leden in 1986 naar 30.000 leden in 1991. Eind jaren negentig was het absolute hoogtepunt. Toen had Onze Taal 46.000 leden. Maar er waren meer hoogtepunten: Onze Taal mocht vanaf 1987 jaarlijks adviseren over de taal van de Troonrede en in 1997 kwam er een website met taaladviezen, taalnieuws en dossiers over taalkwesties. 1998 was een belangrijk jaar door de uitgave van de Spellingwijzer Onze Taal (het Witte Boekje). In 2008 verscheen het tijdschrift voor het eerst in digitale vorm. En ook nu zit het genootschap niet stil: Onze Taal is actief op verschillende sociale media, de website is volledig vernieuwd en er is een app.    

Van een vereniging voor taalpuristen werd het Genootschap Onze Taal steeds meer een algemeen podium voor taalliefhebbers. Op dat podium vindt u niet alleen taalkundigen, maar vooral ook iedereen die belangstelling heeft voor (onze) taal. Inmiddels heeft het genootschap ongeveer 29.000 leden, die allemaal het blad Onze Taal ontvangen. Verder geeft Onze Taal verschillende boeken over taal(advies) uit, verschijnt er jaarlijks een taalscheurkalender en -agenda en wordt er één keer in de twee jaar een publiekscongres georganiseerd.

Wilt u meer weten over de geschiedenis van Onze Taal?