Opdracht: bedenk een Nederlands woord voor ‘sibling’

In het Engels heb je één woord voor broers en zussen: siblings. Een sibling kan dus mannelijk of vrouwelijk zijn en een broer of een zus aanduiden. Als Duitsers Geschwister zeggen, bedoelen ze niet alleen hun gezusters, maar ook hun broers.

Wat zou een handig en mooi Nederlands woord zijn voor de broers én zussen met wie je je ouders deelt?

Ingezonden suggesties van lezers:

  • bloedverwanten
  • borstmaatjes
  • broers en zussen
  • broesters (2x ingestuurd)
  • brus/brusje, brussen/brusjes (24x ingestuurd)
  • brusters (3x ingestuurd)
  • gebrusters
  • kinders
  • kindling
  • kroostgenoten
  • medekroost
  • meisjongens
  • naamgenoten
  • nestelingen
  • nesters
  • nestgelijken
  • nestgenoot (2x)
  • ouderbroedsel
  • ouderdelers (4x)
  • oudergebroed
  • ouderskinderen
  • oudertelgen
  • sibbdlid
  • sibbegenoot
  • sibling
  • sippeling
  • vromanschap
  • zooggenoot/zooggenoten
  • zooglingen
  • zubro’s

Deze opgave van Nederland Vertaalt stond op 2 april 2020 op de Onze Taal Taalkalender 2020.

Naar het overzicht van vertaalopgaven.