door Tamara Mewe - taaladviseur Onze Taal (tijdelijk in Berlijn)


Als ik als taaladviseur in Duitsland over mijn werk praat, noem ik mezelf Sprachberaterin, letterlijk ‘taaladviseuse’. In het Nederlands klinkt dat voor mij raar, zo’n expliciet vrouwelijke vorm, maar in Duitsland kan het eigenlijk niet anders, want een Sprachberater is een man. 

Omdat het Duits grammaticaal nogal strikt onderscheid maakt tussen mannelijke en vrouwelijke woorden, zie je hier veel vaker twee woorden waar in het Nederlands één woord gangbaar is. ‘Ministers’ zijn in het Duits dan Minister und Ministerinnen en ‘romanisten’ (mensen die romaanse talen gestudeerd hebben) Romanisten und RomanistinnenMinister en Romanisten komen ook wel voor, maar omdat de meeste mensen dan in eerste instantie alleen aan mannen denken, krijgen de dubbele vormen in veel contexten de voorkeur. Een vorm van ‘gendern’: taalgebruik dat bewust rekening houdt met het feit dat er mannen én vrouwen zijn en dat ze vaak beide bedoeld zijn.

Natuurlijk zijn er ook woorden die het geslacht in het midden laten (vaak zelfstandig gebruikte werkwoordsvormen): Studierende, Promovierende, Bekannte, Verwandte, Lehrkraft. Maar als die er niet zijn, maakt alleen een woordpaar duidelijk dat er behalve aan mannen aan vrouwen moet worden gedacht. Een hoop typwerk natuurlijk, dus wordt er ook wel verkort: Minister/in of met zogeheten binnen-i: RomanistInnen

Wat pas tijdens een college over deze thematiek tot mij doordrong, is dat die schrijfwijze met binnen-i tegenwoordig ook te hóren is. MinisterInnen klinkt dus anders dan Ministerinnen. Bij MinisterInnen hoor je een miniem pauzetje tussen minister en innen. Bij Ministerinnen (vrouwen dus) niet; daar wordt de r met innen verbonden en hoor je dus meer ‘rinnen’. Het is wel even oefenen.

Intussen is er een nieuwe ster aan het firmament van gender-bewust taalgebruik verschenen: het gender-sterretje. Student*innen, Künstler*innen, Absolvent*innen. Die notatie was me eigenlijk nooit eerder opgevallen in Duitsland, maar in Berlijn zeker wel. Op een aanplakbiljet van de universiteit:

Absolvent*innen der Freien Universität geben Einblick in ihre Berufsfelder ...

In einer moderierten Podiumdiskussion berichten die Referent*innen über ihre beruflichen Einstiege, Umwege, Strategien, Zufälle, Hürden und Erfolge.

Maar ook in museumteksten en -folders bijvoorbeeld: 

Erweitert um Arbeiten von Anselm Kiefer und anderen Künstler*innen, ...

De *-vormen duiden overigens niet alleen vrouwen en mannen aan, maar ook iedereen daarnaast of ertussenin. Echt genderneutraal dus – heel 21e-eeuws.

Het gebruik lijkt vooralsnog beperkt tot de universiteit, de kunstwereld en een partij als die Grünen, maar er wordt flink over gediscussieerd. Kontrovers diskutiert, zoals ze hier zeggen. Vooral nu ook de Duitse spellingcommissie zich erover buigt: hoe moet dat in de officiële spelling met een sterretje midden in een woord?

Intussen is het onder Berlijnse studenten zo gebruikelijk, dat wie geen genderneutrale woorden opschrijft, op correcties kan rekenen:

Het schrijven van een langere tekst in de Duitse taal levert – ook voor Duitsers zelf – nog best wat denk- en puzzelwerk op voor wie alle persoonsaanduidingen en verwijzingen neutraal wil formuleren. Al laat het Duitse verkeersreglement goed zien hoe dat heel creatief kan: zu Fuß Gehende en wer zu Fuß geht in plaats van Fußgänger*innen. Een leuke opgave voor Sprachberater*innen!