Ik doe nu al voor het derde achtereenvolgende jaar mee aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Inmiddels ben ik, zou je toch kunnen zeggen, een ervaringsdeskundige. Ik zie daardoor ook als deelnemer, als columnist, maar ook als mens, hoe dingen anders kunnen. Wat bijvoorbeeld niet handig is aan het Dictee, is dat het wordt voorgelezen. Het zou voor mij beter werken als ze gewoon het printje aanleverden. En dat je dat dan heel precies overschrijft. 

Maar goed, het Groot Dictee is tegenwoordig alleen op de radio te horen, bij De Taalstaat, en dan moet er natuurlijk ook iets om naar te luisteren zijn – dat snap ik ook wel weer.

Wim Daniëls schrijft ze nu ieder jaar. Vroeger, toen Philip Freriks ze nog op televisie voorlas tussen twee achtuurjournaals door, ging het Groot Dictee ongeveer zo:

De met bavaroise ingesmeerde deux-chevaux van likmevestje bleek ter elfder ure dan misschien geen haute cuisine voor de gegeneerde bourgeoisie, het hors-d’oeuvre van przewalskipaardenbiefstuk au bain-marie gebakken met coquilles in crème brûlée daarentegen werd culinair gezien te flamboyant bevonden en stante pede door de puissant rijke clientèle rücksichtslos terzijde geschoven. 

Maar die tijden zijn inmiddels veranderd: tegenwoordig zouden ze die biefstuk gewoon opeten.

En de dictees zelf zijn een stuk leesbaarder geworden. Misschien niet in de door mij opgeschreven versies, maar dan toch in elk geval wel in die van Daniëls zelf. Anders dan bij eenmalige auteurs die enthousiast hele kookboeken overpenden om met hun moeilijkewoordenkennis indruk te maken op de arme deelnemers, is het bij Daniëls zowaar mogelijk om zijn dikwijls actuele verhaaltje (ik munt hier graag het woord dicthema) moeiteloos te volgen, en daarbij af en toe zelf in de spelling iets minder fouten te maken.

Wat dat betreft zijn dictees natuurlijk eigenlijk heel simpel. Schrijf je eenvoud met een f, dan heb je een fout. Schrijf je tweevoud met een f en een t, dan heb je twee fout. Of maar één fout, als je in een woord maximaal één fout kunt maken. Maar schrijf je drievoud met een f en een t plus een spatie, dan heb je sowieso drie fout.

Bij elkaar opgeteld gaat dat dan natuurlijk toch nog heel snel.

En dat is misschien wel het belangrijkste inzicht dat je meekrijgt als je deelneemt aan het Groot Dictee: fouten maken is menselijk, dus je voelt je na afloop weer helemaal mens.

RONALD SNIJDERS
(column uit het novembernummer 2021 van Onze Taal)

 


Alsjeblieft, deze column kreeg je cadeau!

Deze column uit het novembernummer (2021) van Onze Taal werd je gratis aangeboden door de redactie van het tijdschrift. 
Nooit meer iets missen? Word lid van Onze Taal!