Er zijn weinig taalzaken die mensen zo bezighouden als de spelling. En er zijn weinig spellingkwesties die het afgelopen jaar meer aandacht kregen dan de verkeerd geplaatste spatie. Twitter ontplofte bijna toen het Rijksmuseum vorig jaar een nieuw logo onthulde en er volgens de kenners net iets te veel wit stond tussen de s van rijks en de eerste m van museum.

In dezelfde periode publiceerde de dichter René Puthaar zijn nieuwe bundel Het wilde kind waarin het volgende envoi voorkomt:

 

Envoi

In een grauwe sluier van de hersenen
overlappen ze elkaar, taal en wereld;
daar buiten is het feest in volle gang.

 

Deze drie regels sluiten de cyclus Aap Lam Wim af, die uit drie gedichten bestaat. Die gedichten gaan over taal, en over spelling. De woorden aap, lam en Wim komen alle drie van het beroemde leesplankje van Hoogeveen. Het zijn alle drie drieletterige woorden en in de gedichten wordt regelmatig naar de spelling verwezen. ("De a van aap is dubbel", "Een lam. Althans, drie letters: lam.") En dus wordt de lezer uitgenodigd om ook het envoi letter voor letter te lezen.

Zo ontdekt de Nederlandse lezer een opvallende spatie. In de derde regel had kunnen staan daarbuiten. Dat had dan betekend: 'buiten de grauwe sluier is het feest' ("Bedoelde u grauwsluier", vraagt Google, alsof er ook hier nog een spatie teveel staat; maar grauwe sluier komt ook wel degelijk regelmatig voor).

Die betekenis is al ingewikkeld genoeg. In die grauwe sluier overlappen taal en wereld elkaar, dus buiten die sluier vinden we, mogen we aannemen, de taal en de wereld die elkaar niet overlappen: de taal die niet over de wereld gaat en de wereld die niet door de taal kan worden uitgedrukt. En dat alles is dus een feest, "in volle gang".

Dat is ingewikkeld, maar het is ook mooi. Er is de gigantische taal. Er is een gigantische wereld. Ze hebben weinig of niets met elkaar te maken, behalve op een klein, vluchtig plekje: de grauwe sluier van de hersenen. Daar overlappen ze elkaar. Alleen is dat nu net niet waar het om gaat.

Maar dat staat er niet; er staat "daar buiten". De dichter wijst: "daar", en preciseert: "buiten". Hij wijst dus naar buiten, buiten het gedicht, buiten de letters. Daar moet je allemaal niet zijn voor het feest – je kunt beter terecht in de al dan niet overbodige spatie tussen daar en buiten.