Langzaam siepelt het Engels de vaderlandse dichtkunst binnen. Het gebeurt niet zo snel als in sommige andere domeinen van de samenleving, zoals de vergadertafels van het internationale bedrijfsleven of de wetenschappelijke publicaties van de international wetenschap, maar het gebeurt wel. Er zijn het afgelopen jaar maar weinig dichtbundels verschenen waarin níét af en toe een Engels woord stond.

Menno Wigman is in sommige opzichten een conservatieve dichter. Zijn vorm is de jambische pentameter: vijf keer een onbeklemtoonde lettergreep gevolgd door een beklemtoonde (en als afsluiting van de regel facultatief nog één onbeklemtoonde): tedom tedom tedom tedom tedom (te). Ook rijmt hij in ieder geval af en toe.

Het gedicht Nachtrit (uit zijn bundel Mijn naam is Legioen uit 2012) is bijna een sonnet. Hij telt vijftien regels in plaats van veertien, maar de laatste regel is ook nog eens te kort:

Nachtrit

Man, eenentwintigste eeuw, kaal, gezet
en met een onvervreemdbaar recht op seks
('Mijn naam is Legioen, wij zijn met velen'),
jaagt door de late nacht over de weg
en wil zijn lichaam met gevrouwte delen.

De pompen van de Shell. Het pooierslicht.
Vol moed een meisje achter glas betalen.
Vol moed aan nieuwe vrouwen denken, echt,
elektrisch, kil, verhit, maar denken, denken –
een hersenhond, onthand en underfucked,

al jaren in zichzelf verongelukt,
maar met drie namen in zijn telefoon,
drie namen vol belofte van geluk.
Hij belt. Zijn recht op seks. Op scherpe meiden.
Waarom heb ik toch medelijden?

 

Ondanks die klassieke vorm dringt de moderne tijd op allerlei manieren dit gedicht binnen, ook in het taalgebruik. Eén aspect is het Engels. Het woord underfucked ('sexueel gedepriveerd') is er een voorbeeld van. Het komt tienduizenden keren voor op het internet, meestal in combinatie met een ander Engels bijvoeglijk naamwoord ('overdressed and underfucked', 'overworked and underfucked', 'oversexed and underfucked'). De laatste uitdrukking is het frequentst – en blijkt opvallend genoeg te zijn gemunt door een Duitse schrijfster, Ariadne von Schirach, die zich daarmee tegen de zogenoemde pornoficatie van de samenleving verzette.

Het woord wordt in Wigmans gedicht helemaal ingekapseld in het Nederlands. Het wordt geacht te rijmen op het woord verongelukt en dat dwingt een on-Engelse (en ook een on-Duitse) uitspraak af.

Maar er zit meer Engels verborgen in dit gedicht. De Nederlandse merknaam Shell bijvoorbeeld, maar ook de uitdrukking scherpe meiden – wanneer je die in Google in het Nederlands intikt, vind je vooral plaatsen waar Wigmans gedicht geciteerd wordt. Maar sharp girls en sharp chicks geven veel meer hits. De betekenis is denk ik voor de lezer van het gedicht wel duidelijk uit de context: 'aantrekkelijk'.

Een Nederlands uitgesproken woord dat eerder uit Duitsland dan uit Engeland afkomstig is, een merknaam en een naar onze taal getransponeerde uitdrukking; en dat alles om de 21ste eeuw te portretteren. Het Engels dat op zo’n manier onze taal binnensiepelt, maakt het Nederlands alleen maar sterker.

 

Marc van Oostendorp

Vorig jaar schreef ik voor het weblog Neder-L een column over het woord gevrouwte in ditzelfde gedicht.

Deze column is de derde in een serie van vijf, geschreven ter gelegenheid van de Poëzieweek 2013. De vijf besproken gedichten zijn 'gedicht van de dag' in de Laurens Jz. Coster-gedichtenmailings (abonnees hiervan ontvangen iedere werkdag gratis een gedicht in hun mailbox). Abonneren op de Coster-gedichten kan hier. Het Coster-gedichtenarchief vindt u hier.