Vorige week woensdag is op 83-jarige leeftijd voormalig Tweede Kamer-voorzitter Dick Dolman (PvdA) overleden. Na zijn Kamervoorzitterschap werd Dolman in 1990 lid van de Raad van State. Hij trad toen ook toe tot het bestuur van het Genootschap Onze Taal, nadat hij eerder al bijdragen had geleverd aan het tijdschrift Onze Taal, onder andere over omgangsvormen en taalgebruik in de Tweede Kamer. “Versprekingen, verkeerde klemtonen, geraffel om op tijd klaar te zijn, zijn aan de orde van de dag”, zo constateerde hij bijvoorbeeld. En: “Meer in het algemeen zijn sprekers de slaaf van hun geschreven tekst. Sommigen lezen zelfs tussenkopjes op (‘De sociale minima. Ik kom nu tot de sociale minima. Wat de sociale minima betreft …’).”

In 1992 werd Dolman vicevoorzitter van Onze Taal, en dat bleef hij tot het einde van zijn zittingstermijn, in 1998. In die tijd zat hij het tweejaarlijkse publiekscongres van Onze Taal voor, en speelde hij een actieve rol bij de toekenning van het erelidmaatschap van Onze Taal aan Marten Toonder. Aan het boekje dat Onze Taal ter gelegenheid daarvan uitgaf, ‘Als u begrijpt wat ik bedoel’ (1995), werkte hij enthousiast mee.

Dick Dolman behoorde tot de weinige bestuurders die geregeld de werkvloer betraden. Oudere Onze Taal-medewerkers herinneren zich hoe de wat strenge oud-Kamervoorzitter ’s zomers eens koffie kwam drinken op het secretariaat, gekleed in korte broek.