Opmerkelijk nieuws, deze week: Hans Bennis wordt per 1 februari 2017 algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. Hij is de opvolger van Geert Joris, die dit najaar afscheid nam van deze de laatste tijd zo bekritiseerde organisatie.

Voor velen zal de benoeming van de 65-jarige Bennis een verrassing zijn – niet alleen omdat hij onlangs, na 18 jaar directeurschap van het Meertens Instituut, met pensioen is gegaan, maar vooral ook omdat hij weinig lijkt op te hebben met bijvoorbeeld de spellingregels van de Taalunie.

Onze Taal-medewerker Jan Erik Grezel sprak Bennis uitvoerig over deze opmerkelijke benoeming; zijn interview wordt gepubliceerd in het komende nummer van Onze Taal, dat 3 januari verschijnt.

Dialoog

Met de spellingregels die de Taalunie naar buiten brengt in het Groene Boekje, heeft Bennis inderdaad niet heel veel affiniteit: “Ik vind spelling oninteressant”, zo verklaart hij tegenover Onze Taal. “Zolang ik erover mag beslissen, komt er geen spellingwijziging. Ik ga anderzijds de wonderlijke en onlogische spelling die we nu hebben, ook niet verdedigen. Die hanteer ik trouwens op mijn eigen manier. Bij alles wat ik publiceer, eis ik van de uitgever dat ik geen tussen-n hoef te gebruiken. Die tussen-n-regel is onzinnig.”

Wat is Bennis van plan wél te gaan doen bij de Taalunie, de organisatie waarbinnen Nederland, België en Suriname samen het taalbeleid ontwikkelen? Allereerst zal hij orde op zaken moeten stellen. De Taalunie heeft de afgelopen jaren zwaar onder vuur gelegen. Bennis: “Het is oorlog geweest. De Taalunie heeft veel geld in eigen pr gestopt. Ik ben voor een Taalunie die minder zichtbaar is, maar wél investeert in het Nederlands. Mijn voorganger profileerde zich als pure manager die geen verstand van taal had. Hij heeft zonder veel overleg bezuinigingen over alles en iedereen heen gekieperd; vooral het onderwijs Nederlands in het buitenland moest het ontgelden. De mensen in dat veld zijn nu blij met mijn komst, omdat ik inhoudelijk ben en voor de dialoog kies.”

Engels

Hoe denkt hij over een ander heet hangijzer: het gebruik van Engels in het hoger onderwijs? Een adviesraad van de Taalunie was daar onlangs in een rapport kritisch over. Het niveau van het Engels van de docenten laat te wensen over, en studenten krijgen hun vakken in het Engels, maar zitten later in een Nederlandstalige beroepspraktijk en kennen de Nederlandse vaktermen niet. Bennis: “Ik heb altijd gepleit voor diversiteit. Ik zit er niet mee dat studenten in Nederland een deel van het curriculum in het Engels krijgen. Dat Engels is belangrijke bagage voor de rest van hun leven. We gaan echter een grens over als we bijvoorbeeld het vak Nederlands voor Nederlandse studenten in het Engels aanbieden.”

De Taalunie moet volgens Bennis mensen verbinden voor projecten die passen in het taalbeleid. Als voorbeeld noemt hij een onderzoek naar de klachten over de toename van het Engels in het Nederlands, ook buiten het onderwijs. “Zijn die klachten terecht? Ik heb als directeur van het Meertens Instituut met de Taalunie en de universiteit van Gent een klein project opgezet om een ‘taalthermometer’ te ontwikkelen. Dat is een meetinstrument dat je in de samenleving steekt om ‘de staat van het Nederlands’ vast te stellen. We kunnen van de thermometer onder andere aflezen in welke mate het gebruik van Engels over een langer lopende periode toeneemt. Dat is beleidsondersteunend onderzoek.”

Missie

Bennis blikt in de toekomst: “Mijn doel is dat mensen weer plezier in taal hebben. Als het beter gaat met onze taal, is mijn missie geslaagd. Misschien krijg ik daarvoor meer middelen. Dat zou mooi zijn.”

Intussen zal het wel even wennen zijn: de wat eigenzinnige en tegendraadse Bennis als sleutelfiguur in de wereld van taalbeleid en -bestuur. “Van Haagse gevoeligheden heb ik geen kaas gegeten. Ik vaar zo veel mogelijk mijn eigen koers. Ik ga niet voor elk gummetje vragen of ik daar wel geld voor mag uitgeven. Dat doe ik liever ook niet als het om een paar ton gaat.”

Het gehele interview is te lezen in het januarinummer van Onze Taal, dat 3 januari 2017 verschijnt.

Redactie Onze Taal

Foto: Iris Vetter