Toen ik als stagiair op de redactie van Onze Taal kwam, had ik nooit gedacht dat ik hier twaalf jaar later als taaladviseur een pleidooi voor spelling zou houden. Ik volgde destijds de studie Nederlands en het bijvak Journalistiek en Nieuwe Media in Leiden. Een stage bij Onze Taal was ideaal: schrijven over taal; mooier kan niet!

Het werk van de collega’s boven, bij de Taaladviesdienst, leek me toen best eenzijdig. En spelling, daar moest je je als neerlandicus toch eigenlijk niet mee bezig willen houden. Op de universiteit werd er vaak wat denigrerend over gesproken. ‘Spelling is geen taal!’ ‘Taal leeft, spelling niet.’

Veelzijdig

Toch raakte ik steeds meer geïnteresseerd in het taaladviesvak. Niet alleen omdat de collega’s van boven de leukste woordgrappen maakten, maar vooral omdat ik merkte dat hun werk juist ontzettend veelzijdig was. Puur met taal bezig zijn, maar voor een divers publiek en in allerlei rollen: schrijver, corrector, uitzoeker, probleemoplosser, adviseur en trainer. Eigenlijk de perfecte baan!

De aandacht voor spelling kan ik vast een beetje wegmoffelen, dacht ik toen ik een paar jaar later bij de Taaladviesdienst ging werken. Betere formuleringen van zinnen aandragen, de herkomst van woorden uitzoeken, lastige grammaticale constructies doorgronden – dáármee kan ik aankomen op feestjes. Die verplichte koppeltekens en accenttekens ‘doe ik er gewoon een beetje bij’.

Visitekaartje

Al snel was spelling het belangrijkste onderdeel van mijn werk en vond ik dat nog leuk ook. Tientallen mensen helpen we wekelijks bij ons Taalloket met een antwoord op hun vraag over het aan elkaar schrijven van woorden of het plaatsen van een hoofdletter. En dat is niet verwonderlijk: het is het visitekaartje voor journalisten, ambtenaren en andere tekstschrijvers. Spelling is “het nette pak van de taal”, zoals Frits Spits het graag verwoordt.

Natuurlijk is taal voor wetenschappers veel boeiender dan spelling alleen, maar dat wil niet zeggen dat spelling niet boeiend is. Er is door slimme mensen grondig nagedacht over logische en consequente regels. Er zitten discutabele kantjes aan, maar dat hoort bij mensenwerk. Wist u trouwens dat er wetenschappelijke onderzoeken zijn over de invloed van spelling op taal?

Mooie verhalen over spelling zijn er ook. Kent u het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het grootste woordenboek ter wereld, dat de Nederlandse woorden vanaf 1500 beschrijft? Dankzij de totstandkoming van dat grootse werk hebben we nu een gezamenlijk net spellingpak voor Nederland én België!

Humor en plezier

En wat dacht u van humor door spelling! Slechts één voorbeeld uit de Onze Taal-rubriek ‘Ruggespraak’: ‘Hoge Veluwe zoekt bronstige hertenimitator’.

Er is ook plezier te beleven aan uitdagende spellingtestjes. De populariteit van de site Beter Spellen en onze eigen quizzen bij de Zomerschool Groot Dictee zijn het bewijs (deze al gedaan?) – net als het Groot Dictee zelf natuurlijk!

Tot slot: wie niet van een net pak houdt, mag buiten zakelijke contexten best iets soepelers aantrekken. Het Brabantse Uden maakte reclame met ‘Hier hoUDEN we van’ en je kunt naar vrienden appen dat ze ‘ff op je moeten w88’. Leef u uit met spelling!

---

Lydeke van Os

---

Deze bijdrage is geschreven in het kader van het 35-jarig bestaan van de Taaladviesdienst, in november 2020. Zie ook de jubileumpagina!