Woordgeslacht: mannelijk / vrouwelijk de-woord
Het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk woordgeslacht is in het Nederlands al lange tijd aan het vervagen. Onzijdige woorden zijn nog goed herkenbaar aan het lidwoord het, maar mannelijke en vrouwelijke woorden hebben allebei het lidwoord de. Er zijn zelfs vrij veel de-woorden die niet meer specifiek mannelijk of vrouwelijk zijn; in het Groene Boekje of in een woordenboek staat bij deze woorden alleen de of m/v. In de praktijk betekent dit dat de meeste Noord-Nederlanders ze als mannelijk woord opvatten, en dat veel Vlamingen en Zuid-Nederlanders, die het 'oude' woordgeslacht nog wel herkennen, als vrouwelijk.
Veel woorden zijn echter wél nog mannelijk of vrouwelijk. De woordgeslachten van deze woorden worden in woordenboeken en -lijsten aangegeven met m. (mannelijk) of v.(vrouwelijk). Maar let op: bij veel woorden die een persoon of dier aanduiden en die 'officieel' mannelijk of vrouwelijk zijn, wordt in de praktijk niet op het woordgeslacht maar op het biologische geslacht gelet.
Veel vrouwelijke woorden hoeven niet steeds in een lijst opgezocht te worden, omdat ze herkenbaar zijn aan hun vorm. De-woorden die eindigen op een van de volgende achtervoegsels, zijn bijna altijd vrouwelijk:
- -heid, -nis, -schap: waarheid, kennis, beterschap;
maar: het dichterschap, het gezelschap, het kampioenschap, het waterschap
- -de, -te: liefde, diepte;
maar verzameltermen met ge- ervoor zijn onzijdig: het gebergte
- -ij, -erij, -arij, -enij, -ernij: voogdij, bakkerij, rijmelarij, woestenij, razernij;
maar: het schilderij
- -ing, -st (achter een werkwoordstam): wandeling, winst;
maar: dienst is mannelijk
- -ie, -tie, -sie, -logie, -sofie, -agogie: familie, politie, visie, biologie, filosofie, demagogie;
- -iek, -ica: muziek, logica;
maar: het antiek, diptiek (ook het), het elastiek, mozaïek (ook het en mannelijk),portiek (ook het), het publiek en automatiek (ook het), elektriek (mannelijk enhet), kantiek (ook het), mechaniek (ook het), periodiek (ook het) en reliek (ookhet)
- -theek, -teit, -iteit: bibliotheek, puberteit, stabiliteit;
- -tuur, -suur: natuur, censuur;
maar: het avontuur, het barbituur, het fournituur, garnituur (ook het), montuur(ook het), het postuur, creatuur (ook het)
- -ade, -ide, -ode, -ude: tirade, planetoïde, periode, attitude;
maar: niet-telbare stofnamen op -ide zijn onzijdig (bijvoorbeeld chloride enbromide)
- -ine, -se, -age: discipline, analyse, bagage;
maar: bosschage (ook het), het percentage, promillage en voltage (ook het)
- -sis, -tis, -xis: crisis, bronchitis, syntaxis.






