Pleonasme en tautologie
De termen pleonasme en tautologie hebben allebei betrekking op het gebruiken van meer woorden dan noodzakelijk is ('twee keer hetzelfde zeggen').
Bij een pleonasme wordt een eigenschap die al onlosmakelijk aan een begrip verbonden is ook benoemd door een ander woord. Voorbeelden van pleonasmen zijn een houten boomstam, gele boterbloemen, de hete zon en de uiterste limiet. Het gaat meestal om een combinatie van een bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord, maar ook combinaties als weer hervatten, een verbetering ten goede, verplicht zijn autogordels te moeten dragen, in staat zijn een brief te kunnen schrijven en gehandhaafd blijven worden wel pleonastisch genoemd.
Bij een tautologie wordt hetzelfde begrip tweemaal genoemd. Meestal zijn het twee bijvoeglijke of zelfstandige naamwoorden. Enkele voorbeelden: altijd en eeuwig, blij en verheugd, eenzaam en verlaten, enkel en alleen, geheel en al, gehengen en gedogen ('toelaten'), gratis en voor niets, never nooit (niet), nooit ofte nimmer, open en bloot, pais en vree, met pracht en praal, vast en zeker en wis en waarachtig.
Pleonasmen en (vooral) tautologieën zijn lang niet altijd 'fout'; vaak worden ze bewust toegepast als stijlfiguur.
Meer voorbeelden van combinaties die als pleonasmen worden beschouwd:
- bloeiende bloesem
- een ronde bal
- een ronde cirkel
- naar elders vertrekken
- gratis cadeau/geschenk/welkomstgeschenk
- omlaag vallen
- opzettelijk uitlokken
- beoogde doelgroep
- wederzijdse overeenkomst
- weer hervatten
- tot later uitstellen
- de uiterste limiet
- mondeling bespreken
- nieuwe aanwinst
- noodzakelijke behoefte
- optische lichtsignalen
- overtollige ballast
- aanwezige bezoekers
- praktische ervaring (komt voor in Van Dale (2005) bij praktijkervaring: "in de praktijk opgedane ervaring, praktische ervaring")
- tijdelijk opschorten
- toekomstplannen
- valse voorwendsels
- vierkante hectare
- vooraf waarschuwen
- weer herhalen
- waardeloos prul






