Afleiding / samenstelling
Kort gezegd: van een samenstelling kunnen alle delen ook zelfstandig voorkomen en van een afleiding niet.
Samenstellingen bestaan bijvoorbeeld uit twee zelfstandige naamwoorden: huis en deur worden samen huisdeur. Maar ook andere (langere) combinaties zijn mogelijk: langetermijnplanning bestaat uit een bijvoeglijk naamwoord (lang) en twee zelfstandig naamwoorden (termijn en planning) en spinnewiel bestaat uit een deel van het werkwoord spinnen en het zelfstandig naamwoord wiel. Er bestaan ook samenstellingen met een afkorting of een getal erin. Al deze woorddelen kunnen ook zelfstandig in een zin voorkomen. Soms duikt in samenstellingen overigens een tussenklank op: de tussen-s (bijvoorbeeld in snelheidsduivel) of tussen-e(n) (bijvoorbeeld in kippenhok).
Afleidingen zijn woorden waarvan niet alle delen zelfstandig kunnen voorkomen. Verkleinwoorden, meervouden en werkwoordsvervoegingen zijn voorbeelden van afleidingen: bloempje (-pje is geen zelfstandig woord, maar een achtervoegsel), typiste (met -e afgeleid van typist, dat zelf ook weer een afleiding is: de werkwoordsstam typ + het achtervoegsel -ist), baby's (van baby) en verhuisde (van verhuizen).
Het verschil tussen samenstellingen en afleidingen blijkt bijvoorbeeld bij klinkerbotsing: die wordt bij samenstellingen opgelost met een koppelteken (zee-eend, politie-informant) en bij afleidingen met een trema (kanoën, beëindigen). Ook bij cijfers, symbolen en afkortingen duikt dit verschil op: er staat een streepje in 80-jarige, 50+-doelgroep en sms-bericht, maar een apostrof in A4'tje, 50+'er en sms'en. Er zijn een paar uitzonderingen: voor de achtervoegsels -achtig, -dom, -heid en -schap is een streepje juist: PvdA-achtig, 55+-dom, AOW-schap, net als na het voorvoegsel ge-: ge-sms't. Ook vóór -loos is het streepje het gewoonst: tv-loos, cao-loos.
In afleidingen komen eveneens tussen-s'en en tussen-n'en voor. Bij de tussen-s kunt u op uw gehoor afgaan: als u een s hoort, mag hij ook geschreven worden. Voor de tussen-n bij afleidingen geldt meestal dat één vorm duidelijk het gebruikelijkst is. Meer informatie hierover vindt u in ons advies over ideeënloos.
Sommige achtervoegsels lijken zelfstandig voor te komen, loos en lijk bijvoorbeeld, maar het gaat dan toch om andere woorden. Loos komt bijvoorbeeld voor als bijvoeglijk naamwoord met de betekenis 'kwijt' ('Daar was laatst een meisje loos') of 'leeg, vals' ('loos alarm'); het achtervoegsel -loos betekent ongeveer 'zonder'. Lijk kan ook als zelfstandig naamwoord voorkomen – vandaar de samenstelling mensenlijk ('lijk van een mens') tegenover de afleiding (het bijvoeglijk naamwoord) menselijk.
Let op: het Groene Boekje maakt in sommige gevallen andere keuzes; daarin vindt u bijvoorbeeld 1 aprilgrap, tv'loos en ideeëloos.






