De Zomerschool-uitzending van De Taalstaat stond op 6 juli 2019 in het teken van combinaties van er en een of meer voorzetsels. Wanneer schrijf je die aan elkaar en wanneer juist niet?

Meer weten?

De Taaladviesdienst van Onze Taal heeft in de uitzending uitleg gegeven, maar op onze site kunt u nog eens rustig de regels nalezen.

De drie zinnen uit De Taalstaat:

  1. De conciërge was eraan gewend ook de docenten erop aan te spreken als ze troep maakten, omdat híj daarvoor opdraaide.
  2. Hij was niet erop uit hen aan te vallen; hij ging ervan uit dat zij ook wilden dat de school er tiptop uitzag.
  3. Waarvan hij weleens het apezuur kreeg: als zíj zich er met een jantje-van-leiden van afmaakten, moest híj extra hard ertegenaan.

Beluister de volledige uitzending hier.

Extra oefenen: doe de quiz!

Nog meer oefenen met tussen-n’en? Doe de quiz!

Succes met oefenen en tot volgende week!

Klik hier om naar de overzichtspagina ‘Zomerschool Groot Dictee’ te gaan.

Houdt u van taal?

Word dan lid van Onze Taal! Dan ontvangt u niet alleen tienmaal per jaar ons tijdschrift, maar steunt u ook onze vereniging.