Het Nedersaksisch zal niet erkend worden

02 maart 2012

Het Tweede Kamerlid Eddy van Hijum (CDA) zocht gisteren het nieuws met Kamervragen over de erkenning van het Nedersaksisch. Die groep dialecten uit Groningen, Drenthe, Overijssel, de Achterhoek en een klein stukje van Friesland heeft ooit van de Nederlandse overheid een nogal gratuite erkenning gekregen: Nederland erkent dat het Nedersaksisch een 'streektaal' is, zonder dat daar geld tegenover staat. Van Hijum wil nu dat er een stevigere erkenning komt, mét geld.

Uit zijn eigen persbericht en interviews die hij gisteren gaf, blijkt echter dat Van Hijum niet begrijpt hoe de verdragen waarop hij zich beroept in elkaar zitten. Wat hij wil, kan helemaal niet.

"Een verzoek om in Brussel om een hogere status van de taal te vragen ligt", volgens het persbericht, "al twee jaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken." Er valt in dezen echter niets aan 'Brussel' te vragen. Het Europees Handvest voor Minderheidstalen, dat Nederland begin jaren negentig heeft getekend, zegt dat ieder land zelf mag bepalen welke talen er wel of niet erkend worden. (Het onderscheid tussen 'hogere' en 'lagere' erkenning wordt zelfs alleen in Nederland gemaakt en kent men elders helemaal niet.)

Het verschil is niet onschuldig: Van Hijum verwacht blijkens een aantal interviews dat Brussel bij hogere erkenning ook met geld over de brug zal komen, maar ook dat is nergens op gebaseerd: Nederland zal zelf moeten betalen. (Het ligt voor de hand dat de provincie Limburg bij een succesvolle ophoging van de status van het Nedersaksisch ook zal vragen om verhoging van de status van het Limburgs. Er zullen weinig redenen zijn om dat verzoek dan af te wijzen, want de situatie in de twee gebieden lijkt veel op elkaar. Dus de kosten voor de overheid zullen op termijn nog hoger zijn. Nu al heeft men moeite de verplichtingen voor het Fries na te komen.)

Verder is er een groot obstakel voor 'hogere' erkenning door de Nederlandse overheid. Ongeveer tien jaar geleden heeft die overheid toegezegd dat ze erkenningsaanvragen altijd voor advies aan de Nederlandse Taalunie zou voorleggen. Dat (overheids)orgaan heeft bij de enige adviesvraag die zich sindsdien heeft voorgedaan – over een 'lagere' erkenning van het Zeeuws – negatief geadviseerd en heeft toen bovendien gezegd dat het de eerdere lagere erkenning van het Limburgs en het Nedersaksisch afkeurde. Er is weinig reden om te denken dat de Taalunie daar nu anders over denkt.

Kortom, de Nederlandse overheid moet zelf beslissen en zelf betalen, en die overheid wil dat hoogstwaarschijnlijk niet. Zelfs als je denkt dat zo'n officiële erkenning nuttig is (er is geen enkel voorbeeld van een streektaal die gered werd doordat de overheid hem officieel erkende), is Van Hijums initiatief zinloos.


Marc van Oostendorp

terug plaats een reactie

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat alle velden met een * zijn ingevuld.

*
*

Bericht

  Niet alle verplichte velden zijn ingevuld!
Er zijn 6 Reacties
  • Hamalander - geplaatst op 02 maart 2012

    Wat völle leu neet waet, of vergaet, is dat et Nedersaksisch gin dialekt is, mar een eigen spraok, krek as et Duuts, et Nederlands, et Fries of et Deens.
    Allenig is et nargens de officiële landstaal, baeter ezegd, dat is et nou nargens meer, want vrogger was et Nedersaksisch de taal van de Hanze en hef et op völle andere talen invlood ehad, de Skandinavische talen bestaot beveurbeld veur meer as 50% oet Nedersaksische wöörde, en ok Pools, Litouws, Ests enzowieder hebt der völle van eleend. De Nederlandse Taalunie kan ginne andere talen lieden as et Nederlands, dus dee zal nooit gin positief advies gaeven aover et Nedersaksisch, dom van de aoverheid umme daor advies te vraogen. Of denkelik hebt ze dat bewust edaone, oet zunigheid en natuurlik umdat dizze regaering sowieso taegen diversiteit is.
    Zunde, want ondanks wat Fred hieronder zae, is de eigen taal veur de leu dee et praot zeker wal belangeriek veur aer identiteit en geveul van eigenweerde

  • Marc van Oostendorp - geplaatst op 02 maart 2012

    @Martin, Ik heb niet zo’n duidelijke mening voor of tegen die erkenning (laat staan dat ik me ‘opwind’, zoals Barend meent). Er zijn weinig aanwijzingen dat officiële erkenning streektalen iets oplevert - sterker maakt, de kans minder groot maakt dat ze uitsterven – maar aan de andere kant kan men het geld wel aan slechtere dingen opgeven. (Ik zat indertijd in een adviescommissie die de provincie Zeeland begeleidde bij de erkenningsaanvraag voor het Zeeuws.)

    Het gaat mij erom dat meneer Van Hijum kennelijk geen idee heeft hoe die verdragen die hij wil inschakelen in elkaar zitten. Zijn initiatief is kansloos. Dan kun je zeggen (zoals jij, Martin, kennelijk doet): Dat maakt niet uit, want het is voor een goed doel. Maar juist een voorstander van erkenning zou zich zorgen moeten maken als degene die zich ermee bemoeit nauwelijks lijkt te weten waar het over gaat.

    Overigens heeft Frans ook gelijk: in de hele erkenningsdiscussie van de afgelopen decennia zijn er wel meer onzinnige standpunten ingenomen. Ik herinner me dat ik ooit een discussie heb gevoerd met een Kamerlid (naam en partij ben ik vergeten) die indertijd de staatssecretaris heeft gevraagd om voortaan de Taalunie te consulteren. Dat Kamerlid dacht dat de Taalunie een soort geleerd adviesorgaan was – terwijl het een uitvoerend orgaan is van de overheid dat helemaal geen onderzoek doet. Daar was dat Kamerlid dus niet van op de hoogte, hoewel hij wel deze eis stelde.

  • Frans - geplaatst op 02 maart 2012

    Van Hijum weet niet dat de Nederlandse overheid over de erkenning van streektalen gaat, aldus Van Oostendorp. Best mogelijk, maar ook de Nederlandse overheid begrijpt er weinig van. Zij heeft eerder besloten inzake de erkenning van streektalen voortaan de Nederlandse Taalunie om advies te vragen, NB een organisatie die volgens haar eigen statuten nadrukkelijk enkel over de Nederlandse standaardtaal gaat.

  • fred schut - geplaatst op 02 maart 2012

    Zijn er nou echt geen belangrijker zaken dan het redden van een streektaal die ten dode is opgeschreven omdat de mensen het zelf niet meer spreken? Als we willen dat het niet doorbloedt, laten we er dan zelf aandacht aan besteden en het onze kinderen enzo leren.

  • Martin - geplaatst op 02 maart 2012

    t Kleenkt hier vuural as of menear Van Oostendorp dr zelf teegn is. Nit as of Brussel of Nederlaand doar al oetsproake oawer hef edoan. t Lik dr op det hee de diskriminasie van disse inheemse sproakn nog aait wal prima veendt en bange is vuur zinne knippe, of bange um zik an te pasn, en duur te maakn wat oonze ooldn en grootooldn duur mossen maakn op de skooln: in ne vrömde sproake te leazn en te skriewn. he’j t ooit wal es van dee kaante bekekn?

    Gin heugere erkenning is het ontnemn van t recht vuur iederene dee doar behoofte an hef um in de eegne sproake te kuiern en te skriewn. Zo’j köant leazn is t Neersassies an ne opmars bezig (10 joar terugge har nums in t Tweants dörven reageern). t Geeld wat neudig is vuur wieteren anjacht van disse mooie sproake is hart neudig. t Geet nit um de redding, mer um t geveul wa’j leu geewt, dee’t joarnlaank zeent veracht en oet elachen um öare sproake.

  • Barend - geplaatst op 02 maart 2012

    http://www.provincie.drenthe.nl: “In maart 2010 (is) bij het Rijk een aanvraag gedaan om het Nedersaksisch te erkennen onder deel III van het handvest. Het Nedersaksisch is de moedertaal van veel inwoners van het Nedersaksisch taalgebied, dat ruim 3 miljoen inwoners beslaat. De helft van de inwoners maakt praktisch gebruik van de streektaal.”

    En: “Het Nedersaksisch functioneert al jaren op het zogeheten niveau van deel III, maar dit wordt nog niet als zodanig erkend. Voor het Rijk is het slechts een formaliteit de gewenste ‘upgrading’ door te voeren.”

    Want: “(Het) levert (...) imago- en statusverbetering en betere toegang tot verschillende Europese fondsen op”.

    That’s all. Niet geschoten altijd mis. Vanwaar je opwinding?

terug
voorjaarsbanner

banner ITV

taalkalender