Het politieke succes van Thierry Baudet is grotendeels te danken aan de manier waarop hij zich presenteert. Welke technieken gebruikt hij? En welke rol speelt zijn taalgebruik daarbij?

Jaap de Jong en Maarten van Leeuwen

Hoe slaagt een nieuwe, jonge politicus erin zich een plaats te verwerven in het overvolle landschap van de Nederlandse politiek? Thierry Baudet begon een nieuwe partij, Forum voor Democratie, en behaalde in 2017 twee zetels in de Tweede Kamer met een nostalgisch verhaal over vroeger, toen de EU nog niet bestond, en het veilige thuis niet werd bedreigd door buitenlanders.

Baudet onderscheidt zich van zijn collega’s door de opmerkelijke manier waarop hij zich in woord en beeld presenteert. Van welke technieken bedient hij zich daarbij?

Foto: RV/AD

Foto: RV/AD

Dandy

Baudet is een vat vol paradoxen. Een eerste tegenstelling is te zien in zijn houding tegenover de mensen in het land, het electoraat. Aan de ene kant schept zijn voorkomen afstand tot ‘de gewone man’. Hij kleedt en gedraagt zich als een dandy. Zijn smaak is oer-klassiek. Pakken met keurige dassen, chesterfieldfauteuils, een vleugel op zijn werkkamer. Tweet van Baudet in oktober 2017: “Vanavond luister ik naar de pianoconcerten van Saint-Saëns: ’n 2de-rangs componist maar je voelt aan alles: zijn tijd was beter dan de onze.”

Ook presenteert hij zich nadrukkelijk als intellectueel; graag laat hij zich voorstaan op de boeken die hij heeft gelezen en vooral geschreven. En zonder bescheidenheid: “Het is absurd dat er geen universiteiten zijn die mij vragen om bijzonder hoogleraar te worden. (…) Ik ben een van de meest briljante denkers van Nederland.”

Aan de andere kant probeert Baudet als benaderbaar politicus wel degelijk dicht bij zijn kiezers te komen. Hij is in staat zijn grote politieke verhaal duidelijk en dramatisch te presenteren. Interviews doorspekt hij veelvuldig met persoonlijke details, bijvoorbeeld over zijn vriendinnen, zijn opvatting over monogamie en zijn isolement tijdens zijn puberjaren.

Latijn

Baudet laat in zijn taalgebruik eenzelfde soort paradox zien. In de Tweede Kamer en in zijn publieke optredens strooit hij kwistig met dure woorden als oikofobie (‘angst voor het eigene’) en oligopolie (‘door enkele ondernemers beheerste markt’): “Door het partijkartel is een half privaat, half publiek zorgstelsel opgetuigd dat het slechtste van twee werelden combineert. Een privaat systeem met gedwongen winkelnering. Een door de overheid gecreëerd oligopolie.” En naar eigen zeggen “om een zekere flair in de Kamer te brengen” opende hij zijn maidenspeech in de Kamer met potjeslatijn. Ook andere presentaties worden door hem opgeluxt met de taal van de Romeinen:

Om dan toch misschien met een mooie quote te eindigen: fata ducunt volentem, nolentem trahunt. Dus degenen die het wel willen en degenen die het niet willen, neutraliseren elkaar en het gaat gewoon door.

Anders dan Wilders bombardeert hij zijn hoorders met verwijzingen naar dichters als Rilke en Baudelaire en filosofen als Adorno, Marcuse en Alexis de Tocqueville.

Hier klinkt, kortom, geen doorsnee populist die de taal van het volk spreekt. Toch is Baudets taal niet altijd verheven en intellectualistisch – hij weet dat hij ook met stevige scheldwoorden en beledigingen de pers kan halen. “VVD is een kutpartij”, twittert hij. Minister Ollongren noemt hij “de sluipmoordenaar van de democratie”, omdat zij en D66 volgens hem het raadgevend referendum hebben verkwanseld. In de Kamer krijgt hij van de voorzitter een standje vanwege zijn onparlementaire woordkeus (“Dit is echt gelul. Dit is echt flauwekul”).

Poppenkast

Een andere paradox: Baudet presenteert zich als politicus én als antipoliticus. Als hij debatten in de Tweede Kamer bijwoont, plaatst hij zich met een ‘inclusief wij’ uitdrukkelijk naast zijn collega’s: “Wij zijn de 150 afgevaardigden, de vertegenwoordigers van de volkswil. Wij zijn soeverein en wij moeten als Kamer richting geven aan de koers van het land.”

Tegelijk schept hij afstand. Zo is Baudet kritisch over het politieke systeem, dat volgens hem ‘op’ is. Parlementaire debatten, die hij geregeld links laat liggen, typeert hij als “poppenkast” en zinloze “toneelstukjes”. Ook hekelt hij wat hij – zie ook het eerdere citaat – “het partijkartel” noemt: “Zoals kartels in de zakenwereld prijsafspraken maken en drempels opwerpen om nieuwkomers weg te houden, zo maken politieke partijen opinie-afspraken.” Baudet hamert dit ‘frame’ erin door te vooronderstellen dat het bestaat (door partijkartel vooraf te laten gaan door het bepaald lidwoord het), en door er in talloze allitererende variaties op terug te komen: “kartelkabinet”, “kartelkardinaal”, “kartelkul”, enzovoort.

Theatraal

Waar Baudet optreedt, zijn fotografen en journalisten in de buurt. Er kan altijd iets gebeuren, en hij heeft een groot gevoel voor hoe de media werken. Als kind van zijn tijd is Baudet ook actief op de sociale media. Als hij naar een theatervoorstelling gaat, vraagt hij zijn volgers op Facebook wie er meegaat. In een lange zomer zonder media-aandacht laat hij zich naakt fotograferen, als ‘image bite’ voor de media in komkommertijd.

Baudet hamert het ‘kartel-frame’ erin door er in allitererende variaties op terug te komen: “kartelkabinet”, “kartelkul”, enz.

Baudet is veel theatraler dan de meeste van zijn collega’s. Hij laat zich graag in bijzondere poses fotograferen – niet alleen naakt, maar ook liggend op zijn vleugel of ruikend aan een lavendelzak.

Maar het opvallendste voorbeeld van Baudets hang naar theater is waarschijnlijk de manier waarop hij het debat voerde dat heeft geleid tot het aftreden van minister van Defensie Hennis in oktober 2017. De aanleiding was een ongeluk met een mortiergranaat in Mali, waarbij twee Nederlandse militairen omkwamen. Het dramatische voorval maakte duidelijk hoe slecht het gesteld was met de uitrusting van het Nederlandse leger. Sommige Kamerleden vonden dat minister Hennis direct moest aftreden, anderen wachtten nog af.

Elastiekjes

Dan komt Baudet op. Hij komt in legeruitrusting. Baudets keuze voor deze ‘visual prop’ is een behoorlijke gok, maar nu hij aan het woord is, hangt hij zijn volledige speech over het hardleerse defensieapparaat op aan zijn outfit. En dat doet hij handig: hij maakt het concreet en zichtbaar:

Het vest dat ik nu aanheb, is een OPS-vest. Dit is wat Defensie ter beschikking stelt aan onze mariniers. Dit vest, dat je voor een paar tientjes koopt, hangt van elastiekjes en kliksysteempjes aan elkaar en heeft geen ruimte voor kogelwerende platen. Daarvoor moet je weer een extra vest aantrekken, maar met twee vesten over elkaar kun je je armen nauwelijks nog bewegen, laat staan dat je dan goed kunt schieten of wegduiken. Daarom kopen veel militairen nu van hun eigen geld vesten zoals deze, de Warrior Plate Carrier. Ze betalen er 265 euro voor, maar dat is het hun waard, want ze riskeren dagelijks hun leven voor de bescherming van ons land.

Hij toont zich betrokken bij de militairen, geïnformeerd (technische details), geeft cijfers en feiten, en vraagt ten slotte om het aftreden van de minister. In de rest van het uren durende debat zwijgt Baudet. Er verschijnen in de media vooral twee foto’s van het debat: op de ene staat de aftredende minister, op de andere Baudet in soldatenpak. Met minimale middelen haalt hij een maximaal media-effect.

Homeopathische verdunning

Baudet is ook in andere opzichten paradoxaal te noemen. Hij noemt zichzelf de belangrijkste intellectueel van Nederland, maar hij en zijn partij grossieren in pijnlijke uitspraken over het verband tussen ras en IQ, over de “homeopathische verdunning” van de Nederlandse bevolking die zou plaatsvinden bij integratie, en over vrouwen (“Zie je dat meisje daar zitten met het rode haar? (…) Kijk, ze gaat nu over seks praten. Dat zie je aan hoe haar kaak iets naar voren gaat”). Hij flirt met extreem-rechtse figuren en gedachten, maar distantieert zich daar ook van: hij stelt verkeerd te worden uitgelegd; hij is nu eenmaal geïnteresseerd in allerlei ideeën.

Het dubbelzinnige aan Baudet is de kern van zijn imago. Met zijn presentatie- en taaltechnieken verzekert hij zich van de aandacht van media. Zijn stijl slaat aan bij een deel van het electoraat dat net als Henk en Ingrid boos is op de huidige ‘elite’, maar uitgekeken is op de onmuzikale drammer Wilders. Baudets Jan-Willem en Louise verlangen naar een eloquente leider, een Wagner-fan die hun een thuis in de wereld van vroeger belooft.

Gedicht bij de Algemene Beschouwingen

Onlangs baarde Baudet weer opzien in de Tweede Kamer. Als laatste spreker opende hij zijn bijdrage aan de Algemene Beschouwingen met het voordragen van een gedicht, ‘Oneindig wakker’, van Menno Wigman: “Mooie dingen, allemaal mooie dingen: / je hand die voor het eerst een kattenvacht streelt, / je moeder die bezorgd je knie verbindt”, enz. “Het kabinet kan wel wat poëzie gebruiken”, aldus Baudet.


Bewerking van ‘Baudet als elitaire anti-elitepoliticus’, in Vertrouw mij! Manipulaties van imago. Red. J. de Jong, O. van Marion en A. Rademaker. Amsterdam, AUP. Verschijnt in november.