Rechter Joyce Lie heeft een missie. Ze wil de gezwollen taal van juristen voor iedereen toegankelijk maken. Via Twitter laat ze aan een breed publiek zien dat dat kán. Wat drijft haar?

Irene de Pous

Toen bestuursrechter en taalliefhebber Joyce Lie haar eerste stappen in de rechtbank zette, was ze verrukt van alle ‘nietteminnen’, ‘deshalves’ en ‘thansen’ die ze in de dossiers ontdekte. Want waar kom je al die prachtige, ouderwetse woorden nu verder nog tegen? Inmiddels is ze een van de ferventste voorvechters van ‘klare taal’ in de rechtspraak. “Ik vind die woorden nog steeds prachtig. Maar niet in een vonnis. Wij zijn geen kunstenaars. Het is niet onze taak om de taal te verrijken. Wij spreken recht. En dat moet goed te lezen zijn voor degene om wie het gaat.”

<p>Rechter Joyce Lie. (Foto: Bert Beelen)</p>

Rechter Joyce Lie. (Foto: Bert Beelen)

In haar werkkamer in de rechtbank van Den Bosch herinnert een veelzeggende verzameling taaltegeltjeswijsheden haar aan haar missie. Op het bureau staat een klapper met zogenoemde ‘Klare Taal Tips’. Tip 6: “Vermijd naamwoordconstructies.” In het handschrift van Lie is eronder gekrabbeld: “Trek het leven niet uit een zin!” Op de deur een citaat: “Mensen weten vaak niet wat een zitting is. Ze denken dan aan een bank.” Op het whiteboard staat in sierlijke letters: “Kiezen voor pas, en passen voor eerst.” Daarboven, omlijst door bliksemschichten: “De verdelging van de verwelking.”

Die laatste kreet verwijst naar het gebruik van welke in zinsneden  als “de verdachte, welke naar huis ging”. Die constructie is uitgegroeid tot haar grootste taal-allergie. “Het achtervolgt me”, zei ze in 2014 al (wat overigens werd aangehaald in een artikel van Jan Kuitenbrouwer in Onze Taal, dat weer op het bord is beland). “Ik kom dat welke inmiddels wel minder vaak tegen. Maar nog steeds strooien juristen ermee alsof het snoepjes zijn.” Ze rilt. Direct achter welke sluiten reeds, voorts en hetgeen aan. “Gewoon niet meer gebruiken!”

Voorts-murw

Lie voert haar strijd voor begrijpelijke vonnissen vooral via Twitter, waar ze in de afgelopen vijf jaar ruim 17.000 volgers verzamelde. Onder de naam Judge Joyce (@JudgeJoyce_) twittert ze interessante en toegankelijk geschreven uitspraken en zwengelt ze discussies aan over het taalgebruik in dossiers. Zoals: “Zijn er eigenlijk niet-juristen die weleens het woord voorts in een tekst gebruiken? (Ik ben het vandaag zo’n zestig keer tegengekomen in de dossiers die ik las, en ben nu volledig voorts-murw.)”

Ook was zij degene die op Twitter onder de hashtag #woordliefde mooie woorden begon te delen, zoals triefelaar, labberlot en wartel. Inmiddels gebruiken veel twitteraars die hashtag. “Bij woordliefde gaat het niet zozeer om de betekenis, maar om de klank en kleur. Ik ben bijvoorbeeld gek op woorden met w’s en z’en; hoe meer, hoe beter”, zegt Lie.

Zo adopteerde ze vanwege de mooie klanken het vergeten woord ijvergloed – dat zoiets betekent als ‘vuur van de ijver’. Zichzelf noemt ze een ‘taalzeloot’: “Ik zocht naar een woord voor ‘fanatiekeling’ dat nog niet in combinatie met taal werd gebruikt – en het begint met zo’n mooie z.”

Magisch wolkje

Als kind maakte Lie er een sport van om tijdens de lessen ontleden zo lang mogelijke zinnen te verzinnen voor op het bord. Taal stond voor plezier. Nu probeert ze binnen de juridische kaders van een geschil een zaak zo duidelijk mogelijk op papier te krijgen, en staat taal nog steeds voor plezier: “De taal is ons gereedschap. We kunnen er gewicht mee in bepaalde oordelen leggen, nuances aanbrengen. Het is een uitdaging om de tekst juridisch sluitend te houden, maar ook echt het verhaal van de zaak te vertellen. Waar draait die nu om?”

Niemand komt van de middelbare school met wollig woordgebruik. Waar gaat het mis? “Het is iets wat zichzelf in stand houdt. Toen ik als buitengriffier begon, las ik als eerste bestaande vonnissen. Je leert: hoe doen anderen het? Je wordt als jurist zo opgevoed.” Het doorbreken van die patronen heeft tijd nodig, zegt Lie: “Je moet je gewoonten afleren, alles opnieuw uitvinden.”  

Soms zit ’m dat in kleine woordjes: dat een verdachte niet langer is ‘verschenen’ – alsof hij uit een magisch wolkje komt –, maar gewoon is ‘gekomen’. Maar het belangrijkste is misschien wel dat je leert schrijven vanuit de lezer en niet vanuit het proces, zegt Lie. Nu nog moet de lezer zich bijvoorbeeld bij een bestuursrechtelijke uitspraak eerst door het procesverloop heen worstelen. Lie: “Ik experimenteer ermee dit in een bijlage te verwerken. Dat kan in het strafrecht ook met de tenlastelegging. Je moet de lezer niet gelijk in het begin al ontmoedigen.”

Spanning

Maar blijft in sommige gevallen het gebruik van typisch juridische zinswendingen niet nodig om de tekst juridisch sluitend te krijgen? “Vroeger dacht ik dat de mééste ingewikkelde juridische kwesties in makkelijke taal uit te leggen zijn”, zegt Lie. “Inmiddels denk ik eigenlijk dat je álle juridische kwesties in makkelijke taal kunt vertellen. Er zijn juridische formuleringen waar je aan vastzit, bijvoorbeeld als je moet aansluiten bij de wettekst. Die moet je noemen, maar daarna kun je ze uitleggen als dat voor het begrip van de uitspraak nodig is.”

“Er zijn juridische formuleringen waar je aan vastzit, maar die kun je uitleggen.”

Juristen zijn vaak bang dat een tekst de nodige nuance verliest als je makkelijker schrijft, ervaart Lie. “Ik denk dat helder schrijven je juist dwingt om alle denkstappen te zetten. Soms merk je als je een lange zin uit elkaar haalt, dat een redenering niet helemaal sluitend is.”

Wel vraagt het vaardigheid, en kost het tijd en meer moeite. Kun je dat van rechters vragen? Daar zit spanning, geeft Lie toe. “Ik kies zelf ook mijn gevechten. Als ik zeker weet dat een vonnis alleen gelezen wordt door de twee gespecialiseerde advocaten, zal ik misschien minder tijd steken in het uitleggen van termen.”

Maar uiteindelijk is ze ervan overtuigd dat begrijpelijke taal in de rechtspraak geen aardigheidje is voor de liefhebber. Het is een noodzakelijke omslag voor de hele sector. Het rechterlijk gezag is niet meer vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend. Uitspraken die burgers kunnen begrijpen en volgen zijn daarbij cruciaal, vindt Lie. “Wij schrijven niet voor de advocaten en officieren van justitie. Wij schrijven voor de burger: die moet begrijpen wat wij zeggen en vinden.”

Rechtsstaat onder druk

Tot haar vreugde merkt ze dat het onderwerp steeds meer gaat leven onder rechters en secretarissen. Zo zit ze sinds twee jaar in de jury van de Klare Taalbokaal, een prijs voor de gerechtelijke uitspraak die het meest in begrijpelijke taal is geschreven. “We hadden dit jaar 38 inzendingen, het dubbele van het jaar ervoor. Op sommige rechtbanken zijn ze er echt enthousiast mee bezig.”

Via Twitter hoopt Lie ook bij te dragen aan meer begrip voor de rechtsstaat, door aan een breder publiek uit te leggen wat haar werk inhoudt. “Via Twitter kan ik aan veel mensen tegelijk duidelijk maken wat wij doen. Er wordt veel over ons geoordeeld. Dat is prima, maar dan moeten mensen wel ook de feiten paraat hebben. Dat er vertrouwen is in de rechterlijke macht, is niet vanzelfsprekend – kijk maar naar Polen en Hongarije, waar de rechtsstaat momenteel onder druk staat. We moeten er zuinig op zijn.”