Dichters zijn als de dood voor clichés, voor gemeenplaatsen. Om die te omzeilen gebruiken ze stijlfiguren, of zoals dichter Ingmar Heytze ze ook wel noemt: ‘dichtplaatsen’. In deze rubriek gaat hij er maandelijks naar op zoek.

Ingmar Heytze

Het gedicht voelt zich overal thuis. In een boodschappenlijstje, een recept of handleiding voor installatie, een brandweerinstructie of marsorder, een zin op een uithangbord of spandoek, een flard van een gesprek of een boek ter grootte van een roman – noem een tekstvorm, hoe concreet of wazig ook, en er is een gedicht in gegoten.

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in