Raymond Noë

Er zijn in Europa veel talen die het Latijnse alfabet gebruiken, maar vrijwel al die talen hebben dat alfabet aan hun eigen behoeften aangepast, meestal door sommige letters enigszins uit te breiden met uitspraaktekens – de zogeheten diakritische tekens. Voorbeelden die ook in het Nederlands voorkomen, zijn de c-cedille – de ‘c met het kommaatje’ (ç ) – en de o-umlaut (ö), die allebei in leenwoorden voorkomen. Door op dit soort specifieke letters te letten, kun je een taal identificeren. Wie de voorgaande artikelen in dit themanummer heeft gelezen, is al een aantal van die kenmerkende letters tegengekomen. In deze alfabetquiz kunt u uw kennis testen.

Wilt u verder lezen? Log dan hieronder in